Driemaandenregel begrenst heffingsrente
Verzoekt u de fiscus om een (nadere) voorlopige aanslag, dan moet de inspecteur wel voortvarend te werk gaan en binnen drie maanden een voorlopige aanslag opleggen. De heffingsrente mag de Belastingdienst dan ook niet over een langere periode berekenen. Dit blijkt uit een recente uitspraak van het gerechtshof in Leeuwarden.
In deze zaak verzocht de man op 11 juni 2008 om de voorlopige aanslag inkomstenbelasting over 2008 te verhogen. De inspecteur reageerde niet direct en de man herhaalde zijn verzoek eind december 2008. Uiteindelijk legde de inspecteur op 23 januari 2009 een voorlopige aanslag op met een beschikking heffingsrente van € 385. De man was het hier niet mee eens en maakte bezwaar tegen de beschikking heffingsrente. De inspecteur ging gedeeltelijk mee in dit bezwaar en verlaagde de beschikking heffingsrente tot € 132. De heffingsrente was nu nog slechts gebaseerd op de periode 1 juli 2008 tot en met 11 september 2008. Volgens de man zou de heffingsrente nihil moeten zijn en hij ging dan ook in beroep tegen deze heffingsrente.
Voortvarend te werk gaan
De rechters waren het eens met de beschikking van de heffingsrente. Uit een arrest van de Hoge Raad bleek namelijk dat er geen beleid was op basis waarvan de inspecteur een voorlopige aanslag op een eerder moment moest opleggen, dan drie maanden nadat aangifte was gedaan of verzocht was tot het opleggen van een voorlopige aanslag. De inspecteur berekende de heffingsrente over een periode korter dan drie maanden en de man kon hem dan ook niet verwijten dat hij te weinig voortvarend te werk was gegaan. Het gerechtshof in Leeuwarden vond de heffingsrente juist berekend. Voor eventuele verdere beperking was in de wet geen steun te vinden.
Gerechtshof Leeuwarden, 24 mei 2011, LJN: BQ6089