U bent hier

Onderneming & Administratie
KIA en samenwerkingsverband in wet verduidelijkt

KIA en samenwerkingsverband in wet verduidelijkt

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) is de algemene aftrek voor de investering in bedrijfsmiddelen. Bij de investering tot een bepaald bedrag mag een onderneming een bedrag van de fiscale winst aftrekken. Er is onduidelijkheid over hoe de hoogte van de KIA bij een samenwerkingsverband moet worden berekend. Daar komt nu verandering in.

De KIA is met name bedoeld voor het mkb. Dit komt tot uiting in het investeringsplafond en de opbouw van de aftrekpercentages en -bedragen. Via de KIA kan een onderneming jaarlijks maximaal een aftrek toepassen voor de totale jaarlijkse investering tot € 323.544 (2020) bij een minimale investering van € 2.401. Het aftrekpercentage of -bedrag is afhankelijk van de totale investeringen van dat boekjaar. Bij een totale investering van € 58.239 (2020) profiteert een onderneming maximaal van de regeling met 28% x € 58.239 = € 16.307 KIA-aftrek.

Onduidelijke berekening KIA bij samenwerkingsverband

Maar uit de wettekst waarin de KIA is opgenomen blijkt niet goed hoe de berekening verloopt als  de onderneming van een belastingplichtige onderdeel uitmaakt van een samenwerkingsverband, zoals een maatschap of een vennootschap onder firma. Sinds een wijziging per 1 januari 2010 is de KIA niet altijd meer een percentage van het investeringsbedrag, maar geldt bij bepaalde investeringsbedragen een vast bedrag. Met de voorgestelde wetswijziging in de Overige fiscale maatregelen 2021 wordt de berekeningswijze van de KIA voor belastingplichtigen met meerdere ondernemingen en belastingplichtigen die deel uitmaken van een samenwerkingsverband geregeld. Voor een deel gaat het om een verduidelijking van de bestaande wettekst en voor een deel een wijziging van het uit de arresten van de Hoge Raad van 24 mei 2019 en 1 mei 2020 voortvloeiende recht.

KIA berekenen per belastingplichtige

De Hoge Raad merkt in het arrest van 1 mei 2020 op dat de maximale KIA in een samenwerkingsverband verdeeld moet worden onder de vennoten of maten. Als die ondernemer meer dan één onderneming drijft, moet hij alle investeringen voor alle ondernemingen optellen voor de berekening van de KIA. Dit is ook zo bij een samenwerkingsverband. Dan berekent men de KIA dus ook per belastingplichtige, en niet per onderneming. Dit wil volgens de Hoge Raad dus zeggen dat iedere vennoot niet de maximale KIA kan claimen als het totale investeringsbedrag valt binnen het maximum. Om misverstanden te voorkomen, zegt het wetsvoorstel van Prinsjesdag 2020 in de voorgestelde aanpassing van de KIA daarom expliciet dat voor het bepalen van de hoogte van de KIA per onderneming ook wordt uitgegaan van het investeringsbedrag per onderneming van de belastingplichtige en niet van het totaal aan investeringen voor alle ondernemingen van die belastingplichtige tezamen. 

Download de complete Miljoenennota 2021 (pdf) en het Belastingplan 2021 (pdf), zodat u snel de achtergrondinformatie bij de hand heeft.