U bent hier

Onderneming & Administratie
Inspecteur tast mis met informatiebeschikking

Inspecteur tast mis met informatiebeschikking

De Belastingdienst kan bij belastingplichtigen informatie opvragen met een zogeheten informatiebeschikking. De belastingplichtige is dan verplicht om de gevraagde informatie te geven, tenzij de rechter daar een stokje voor steekt. Dat gebeurde in een recente zaak.

Op zich zijn belastingplichtigen op basis van de wet al verplicht om alle informatie aan te leveren die van belang kan zijn voor de heffing. Maar als de Belastingdienst denkt dat iemand wat belangwekkends achterhoudt, kan de inspecteur een informatiebeschikking (artikel) afgeven. Die beschikking dwingt de belastingplichtige om de informatie binnen een bepaalde termijn op te hoesten.

Informatiebeschikking voor e-mailcorrespondentie

In deze zaak ging het om een ondernemer met een eenmanszaak, die zich onder meer bezighield met verbouwingen. In 2012 kocht hij een woonboerderij voor € 820.000, en in 2016 verkocht hij die woning door voor € 1.800.000. In de aangiftes inkomstenbelasting kwam de woning niet terug. De inspecteur startte in 2019 een boekenonderzoek naar de aangiftes voor de jaren 2014 tot en met 2017. De ondernemer stuurde daarop verschillende documenten naar de inspecteur, waaronder de koopovereenkomst van de woonboerderij en een chronologisch overzicht van de activiteiten rondom de verkoop.
De inspecteur vroeg de ondernemer vervolgens om meer informatie aan te leveren, waaronder e-mailcorrespondentie rondom de koop. De informatie was volgens de inspecteur nodig om te kunnen onderzoeken of de werkzaamheden rondom de woonboerderij privé waren of onder de activiteiten van de onderneming vielen. Na een tijdlang heen en weer mailen was het geduld van de inspecteur op en kwam er een informatiebeschikking voor de gevraagde informatie.

Inspecteur toont niet aan dat e-mails nog bestaan

De ondernemer maakte bezwaar tegen die beschikking, en toen dat werd afgewezen ging hij in beroep bij de rechter. De zaak belandde uiteindelijk bij het gerechtshof in Arnhem. Het hof stelde eerst vast dat de gevraagde informatie van belang zou kunnen zijn voor de heffing. Want het resultaat van bijna € 1 miljoen dat met de verkoop van de woonboerderij behaald was zou mogelijk winst uit onderneming (rekentool) kunnen zijn. Of anders resultaat uit overige werkzaamheden. De volgende stap was echter dat de inspecteur aannemelijk moest maken dat de gevraagde e-mails ook daadwerkelijk nog bestonden. En daar liep het mis. Het hof vond namelijk dat de inspecteur niet had aangetoond dat de ondernemer die e-mails in 2019 nog had. Ook het dossier van de zaak bood daar geen aanknopingspunten voor. Het hof merkte op dat de ondernemer mogelijk wel zijn wettelijke administratie- en bewaarplicht (checklist) had geschonden door de e-mails niet te bewaren. Maar op dát verwijt was de informatiebeschikking niet gebaseerd. De beschikking ging daarom de prullenbak in.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 juli 2022, ECLI (verkort): 5908