OR kan meeonderhandelen over de cao
Waar het gaat om de arbeidsvoorwaarden in de organisatie is de ondernemingsraad (OR) een belangrijke overlegpartner voor de bestuurder. Dankzij onder meer het instemmingsrecht kan de OR hier veel invloed op uitoefenen. Bij een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) is de OR meestal geen partij, maar het kán wel.
Cao-onderhandelingen zijn een zaak voor werkgevers en werknemersverenigingen. Meestal speelt de OR hierbij geen rol. Toch is de OR niet op voorhand uitgespeeld. Steeds vaker zien de vakbonden de meerwaarde van de OR en willen zij de OR betrekken bij de onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden. Zeker als de bond onder de werknemers minder goed vertegenwoordigd is. De vakbond kan de OR bijvoorbeeld vragen om de achterban te raadplegen en aan te schuiven bij de onderhandelingen. Zo kunnen zij meer draagvlak creëren onder de werknemers voor de overeengekomen arbeidsvoorwaarden.
Zelf een vakbond oprichten
Werknemers — of de OR — hebben ook de mogelijkheid om zelf een vakbond op te richten als zij onderhandelingspartner willen worden bij de cao-besprekingen. Dat is niet eens zo’n ingewikkeld traject. In Nederland heeft ieder mens namelijk het ‘recht op vakvereniging’, oftewel het recht om zich te verenigen en als collectief te onderhandelen over arbeidsvoorwaarden. Dat kan al vanaf twee werknemers. De initiatiefnemers moeten hiervoor bij de notaris een oprichtingsakte en statuten vastleggen en de vereniging inschrijven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. In theorie heeft de vakbond dan volledige rechtsbevoegdheid en mag dan dus met de werkgever(s) meeonderhandelen over de cao. Maar als er ook grote vakbonden bij betrokken zijn, kan een (zeer) kleine vakbond waarschijnlijk weinig gewicht in de schaal leggen.
Avv-cao geldt ook voor niet-aangesloten organisaties
Als er tussen de werkgever(s) en vakbond(en) een cao-akkoord is gesloten, moeten de onderhandelaars de cao nog aanmelden bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Nadat het ministerie een kennisgeving van ontvangst heeft gestuurd, treedt de cao officieel in werking en gelden de cao-afspraken voor alle werknemers in de organisatie (ondernemings-cao) of in de organisaties die zijn aangesloten bij de cao (bedrijfstak-cao). De partijen kunnen de minister ook nog verzoeken om de cao algemeen verbindend te verklaren. Bij een algemeen verbindend verklaring (avv) geldt de cao voor alle bedrijven in de sector en moeten dus ook niet-aangesloten organisaties de cao toepassen.
Nawerking geldt niet altijd
Een cao heeft meestal een looptijd van één of twee jaar. Als er na afloop van die termijn nog geen nieuwe cao is, blijven de afspraken uit de oude cao in principe van kracht. Tijdens deze nawerkingsperiode kunnen de werkgever en werknemers(vereniging) wel nieuwe arbeidsvoorwaarden overeenkomen, maar zodra de nieuwe cao in werking treedt, gelden weer de bepalingen in de cao. Bij een avv-cao geldt de nawerking overigens niet voor de ongebonden werkgevers. Zij hoeven de cao alleen toe te passen tijdens de avv-periode, maar in de praktijk wijken ze hier maar zelden vanaf. Ze moeten zich later immers toch weer aansluiten bij de nieuwe cao en willen hun onderhandelaars ook niet voor de voeten lopen.