U bent hier

Onderneming & Personeel
Geen vervangende toestemming voor nieuw rooster

Geen vervangende toestemming voor nieuw rooster

OV-bedrijf Qbuzz wilde een nieuw rooster vaststellen voor een deel van haar chauffeurs, maar kreeg daarvoor geen instemming van de ondernemingsraad (OR). Qbuzz vroeg daarom vervangende toestemming bij de kantonrechter, maar ving bot.

Qbuzz valt onder de cao Openbaar Vervoer (OV). Hierin is een gemiddelde én maximale arbeidsduur vastgesteld met een beperkte mogelijkheid om hiervan af te wijken. De werknemers van het eerder overgenomen GVU (Harmo-chauffeurs) hadden een eigen cao, maar er werd afgesproken dat ook op hen de cao OV van toepassing zou zijn. Hierbij werd met de vakbonden een afwijkende afspraak gemaakt over de gemiddelde arbeidsduur. Qbuzz week echter van deze maximaal toegestane arbeidsduur af in de roosters voor de Harmo-chauffeurs. Al tweemaal eerder had de OR geen instemming verleend voor zo’n rooster.

OR riep nietigheid in voor weer een nieuw rooster  

In 2024 wilde Qbuzz weer een nieuw rooster invoeren voor de Harmo-chauffeurs en week daarbij wederom af van de maximale arbeidsduur, met een flexibele standplaats. Het rooster werd, zoals dat hoort, ter instemming voorgelegd aan de OR (artikel 27, lid 1b WOR). De OR verleende geen instemming, omdat het rooster in strijd was met de cao. Qbuzz voerde het rooster toch in, maar de OR riep tijdig de nietigheid van het besluit in. Qbuzz vroeg daarom vervangende toestemming aan de kantonrechter.

Niet onredelijk en geen zwaarwegend belang

Om vervangende toestemming te krijgen van de kantonrechter moet het onthouden van instemming van de OR onredelijk zijn, of moeten er zwaarwegende omstandigheden die het besluit noodzakelijk maken. Van beide was in deze zaak geen sprake. De OR heeft de taak om de naleving van afspraken en regelgeving over arbeidsomstandigheden en arbeidstijden te stimuleren (artikel 28 WOR). Het nieuwe rooster was in strijd met belangrijke bepalingen uit de cao over arbeidstijden en standplaats. Het onthouden van instemming was niet onredelijk en de OR had de redenen om instemming te onthouden ook duidelijk meegedeeld aan Qbuzz. Daarnaast was er geen sprake van zwaarwegende omstandigheden. Het belang van Qbuzz om de kosten beheersbaar te houden, is onvoldoende zwaarwegend in verhouding tot het belang van de OR van naleving van een belangrijke cao-bepaling. Qbuzz ving dus bot en mocht het rooster niet invoeren en toepassen.
Rechtbank Utrecht 18 december 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:7299

Dit nieuwsartikel is geschreven door Lisanne Winde, advocaat bij Wybenga advocaten, e-mail: [email protected]