U bent hier

Onderneming & Personeel
Werknemer moet vanaf 2 februari 2025 ‘AI-geletterd’ zijn

Werknemer moet vanaf 2 februari 2025 ‘AI-geletterd’ zijn

Organisaties die gebruikmaken van artificial intelligence (AI), moeten vanaf 2 februari 2025 ervoor zorgen dat werknemers voldoende ‘AI-geletterd’ zijn. Bovendien geldt er vanaf dan een verbod op (het gebruik van) bepaalde AI-systemen.

Op 2 augustus 2024 is in de Europese Unie de ‘AI Act’ (AI-verordening) in werking getreden. De regels in de verordening, die er onder meer voor moeten zorgen dat AI veilig en betrouwbaar wordt ontwikkeld en toegepast, treden de komende jaren stapsgewijs in werking. De verordening maakt onderscheid in het risico van AI-toepassingen. Hoe hoger het risico, hoe strenger de regels. De eerstvolgende stap is al op 2 februari 2025, wanneer AI-systemen met een ‘onaanvaardbaar risico’ worden verboden. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om systemen voor emotieherkenning op de werkvloer en in het onderwijs.

Niveau AI-geletterdheid kan verschillen

Daarnaast verplicht de verordening organisaties – in de rol van aanbieder van een AI-systeem of als ‘gebruiksverantwoordelijke’ – vanaf 2 februari 2025 maatregelen te nemen om: ‘zoveel als mogelijk, te zorgen voor een toereikend niveau van AI-geletterdheid bij hun personeel en andere personen die namens hen AI-systemen exploiteren en gebruiken’. Dat betekent dat een werkgever ervoor moet zorgen dat werknemers, maar ook bijvoorbeeld zzp’ers of anderen die in de organisatie met AI-systemen werken, voldoende kennis en vaardigheden hebben om bewust en veilig met AI om te gaan (artikel).
Wat een ‘toereikend niveau’ is, is afhankelijk van de werkzaamheden waarvoor AI gebruikt wordt (artikel), de gebruikte systemen en de risico’s (artikel). Een werknemer die, bijvoorbeeld, ChatGPT gebruikt als zoekmachine, hoeft niet zo AI-geletterd te zijn als een HR-professional die een AI-tool gebruikt om een selectie te maken tussen kandidaten voor een functie.

Regels in AI-beleid opnemen

De AI-verordening schrijft dus niet voor wat iemand precies moet weten of op welke manier iemand AI-gerelateerde kennis en kunde moet verkrijgen. Een gestructureerde aanpak is aan te raden; het is inefficiënt om zomaar rond te strooien met AI-trainingen. Werkgevers kunnen in een AI-beleid (tool) vastleggen welke AI-tools er door wie (welke functies) gebruikt mogen worden en op welke manier. Vervolgens is het nuttig om een ‘nulmeting’ te doen van het niveau van werknemers en op basis daarvan te bepalen wat er nodig is voor voldoende AI-geletterdheid. In de verordening staat dat de werkgever hierbij rekening moet houden met de technische kennis, ervaring, onderwijs en opleiding van werknemers. Er zijn legio algemene AI-cursussen op verschillende niveaus en cursussen gericht op specifieke AI-systemen.

Nog geen toezichthouder AI-verordening

Het kabinet heeft nog geen toezichthouder voor de AI-verordening aangewezen, dus er zal niet direct gehandhaafd worden op de AI-geletterdheid in organisaties. Wel draagt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) als coördinerend AI- en algoritmetoezichthouder bij aan de voorbereidingen hierop. De AP heeft een handreiking gepubliceerd (pdf) om organisatie te helpen bij het opstellen van een meerjarig actieplan om de AI-geletterdheid te bevorderen.

Wil je de voortgang van een wetsvoorstel bijhouden? Controleer dan regelmatig dit overzicht van voorstellen voor wetten en regelingen op het gebied van personeel en arbeid (alleen voor abonnees).