Arbeidsmarkttoelage blijkt weinig effect te hebben
Sinds schooljaar 2021/2022 kunnen leraren van bepaalde scholen een arbeidsmarkttoelage krijgen. Deze toeslag op het loon heeft de eerste twee schooljaren weinig effect gehad, toont onderzoek van het Centraal Planbureau aan.
Voor de eerste twee schooljaren (2021/2022 en 2022/2023) is € 375 miljoen uitgetrokken voor de arbeidsmarkttoelage, ook wel arbeidsmarkttoeslag of schaarstetoeslag genoemd. Doel van de regeling was om scholen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs ‘met een uitdagende leerlingpopulatie’ beter in staat te stellen goede werknemers aan te trekken en te behouden, en zo de kansengelijkheid van leerlingen te bevorderen. Hoewel leraren op deze scholen gemiddeld aanzienlijk meer verdienden dan op scholen zonder de toelage, heeft de toelage geen groot effect gehad op het aantal gewerkte uren en op het aantrekken en behouden van leraren op de scholen (en dus ook niet op de leerprestaties). Mogelijke verklaring voor het uitblijven van een duidelijk effect is dat de maatregel zeer kort voor de inwerkingtreding werd aangekondigd en tijdelijk van aard is. De regeling loopt nog tot eind 2025.
Hoogte en duur van toeslag niet aan regels gebonden
Werkgevers kunnen werknemers die een functie uitvoeren waarvoor op de arbeidsmarkt maar weinig werknemers beschikbaar zijn, soms ook op eigen houtje een arbeidsmarkttoeslag betalen bovenop het loon. Hiermee kunnen ze zich onderscheiden op de krappe arbeidsmarkt, al toont het onderzoek van het Centraal Planbureau dus aan dat het effect ervan kan tegenvallen. In diverse cao’s zijn bepalingen over de arbeidsmarkttoeslag opgenomen. Als een werkgever niet gebonden is aan een cao of de cao ruimte biedt, kan hij hiervoor ook zelf regels opstellen. Er zijn geen wettelijke regels gebonden aan de hoogte en duur van de toeslag. Door de toeslag voor bijvoorbeeld een jaar toe te kennen, is een werkgever flexibeler. Na afloop van de afgesproken periode kan hij dan beoordelen of de toeslag nog langer nodig is en of de hoogte nog gepast is.
Discriminatie ligt op de loer
De toeslag komt wel met de nodige aandachtspunten. Zo moet de werkgever onder meer in de gaten houden dat de toeslag niet tot ongelijke behandeling van werknemers leidt. Krijgt een nieuwe werknemer de toeslag voor een functie die voorheen niet schaars was en de bestaande werknemers in die functie krijgen de toeslag niet, dan is er mogelijk sprake van discriminatie.
Omdat een arbeidsmarkttoeslag onderdeel is van het beloningssysteem, heeft de (eventueel ingestelde) ondernemingsraad (OR) instemmingsrecht. Als de arbeidsmarkttoeslag niet in de cao geregeld is, moet de werkgever dus in samenspraak met de OR de regels voor de (collectieve) arbeidsmarkttoeslag vormgeven.