U bent hier

Onderneming & Fiscus
Nota van wijziging bij tegenbewijsregeling box 3

Nota van wijziging bij tegenbewijsregeling box 3

De staatssecretaris van Financiën heeft een nota van wijziging en nota van het verslag ingediend bij het wetsvoorstel Wet tegenbewijsregeling box 3. Zo wordt voorgesteld om de systematiek voor het bepalen van het werkelijke rendement van groene beleggingen ook te hanteren voor andere box-3-vermogensbestanddelen met een vrijstelling.

Het wetsvoorstel Wet tegenbewijsregeling box 3 heeft te maken met de zogenoemde Herstelwet. Die is bedoeld om gedupeerde belastingplichtigen te compenseren omdat zij eerder te veel belasting hebben betaald in box 3. Medio vorig jaar heeft de Hoge Raad echter geoordeeld dat ook dit herstel nog niet voldoende is. Voor inkomen uit beleggingen is de Herstelwet nog steeds discriminerend. Om dit op te lossen, vindt de Hoge Raad dat belastingplichtigen de mogelijkheid moeten krijgen om aan te tonen dat hun werkelijke rendement lager ligt dan wat er op basis van rendementsforfaits is berekend. In dat geval moet de aanslag ook verlaagd worden. Dat is dan ook precies waar de tegenbewijsregeling voor bedoeld is. Om te zorgen voor duidelijkheid voor belastingplichtigen en Belastingdienst heeft het kabinet die regeling in een wetsvoorstel (pdf)  gegoten. Daarin staat dus ook opgesomd wat er wel en niet meetelt voor het werkelijk rendement.

Wizigingen/verduidelijkingen wetsvoorstel Wet tegenbewijsregeling box 3

De staatssecretaris heeft nu nog wat wijzigingen/verduidelijkingen voor deze tegenbewijsregeling bij de Tweede Kamer neergelegd. Hierbij gaat het om de vogende onderwerpen:

  • In het wetsvoorstel is het werkelijke rendement van groene beleggingen volledig vrijgesteld als de waarde van de beleggingen op de peildatum van 1 januari lager is dan het vrijgestelde bedrag. Is de waarde op de peildatum hoger is dan het vrijgestelde bedrag, dan wordt het werkelijke rendement van groene beleggingen pro rata vrijgesteld aan de hand van de verhouding tussen de hoogte van de vrijstelling enerzijds en de waarde van de groene beleggingen op de peildatum van 1 januari anderzijds. In de nota van wijziging is een min of meer vergelijkbare systematiek geregeld voor: (1) de vrijstelling voor rechten op een kapitaalsuitkering bij overlijden van de belastingplichtige of een bloed- of aanverwant, dan wel op prestaties die zien op de verzorging van een uitvaart, (2) de vrijstelling voor contant geld en (3) de vrijstelling die op grond van overgangsrecht geldt voor bepaalde op 14 september 1999 bestaande levensverzekeringen waarbij een kapitaal is verzekerd.
  • In het wetsvoorstel is niets geregeld over de gevolgen van een onregelmatige handeling bij een nettopensioen of een nettolijfrente. Daardoor zou zo'n onregelmatige handeling zonder gevolgen blijven, als de tegenbewijsregeling voor box 3 zou worden toegepast in het kalenderjaar na het verrichten van de onregelmatige handeling. Voor deze situatie is in de nota van wijziging alsnog een regeling opgenomen. Een bedrag wordt tot het werkelijke rendement van bezittingen en schulden gerekend als in het voorafgaande kalenderjaar sprake is geweest van een onregelmatige handeling.
  • De Belastingdienst wil het formulier 'opgaaf werkelijk rendement' vanaf juli 2025 openstellen. Na het openstellen van het formulier zal de Belastingdienst eerst enkele maanden eerst testen of de systemen op een juiste manier zijn ingericht en werken. Daarom begint de Belastingdienst pas vanaf november 2025 met het vaststellen van de verminderingsbeschikkingen en het opleggen van definitieve aanslagen.
  • Het voordeel van eigen gebruik van een onroerende zaak wordt in de tegenbewijsregeling vanaf 2026 gesteld op de werkelijke economische huurwaarde. Een belastingplichtige kan dan alle feiten en omstandigheden aandragen waaruit bijvoorbeeld een heel lage economische huurwaarde volgt. De staatssecretaris bevestigt dat het bepalen van de economische huurwaarde in de praktijk ingewikkeld kan zijn. Uit onderzoek van SEO volgt dat de economische huurwaarde gemiddeld 5,06% van de WOZ-waarde bedraagt. De belastingplichtige kan ook dit onderzoek van SEO gebruiken als handvat voor de waardering van het eigen gebruik.
  •  De staatssecretaris vindt het wenselijk dat belastingplichtigen voor het bepalen van valutaresultaten de daadwerkelijke dagkoersen gebruiken. Uit praktische overwegingen wordt toegestaan om in plaats van de dagkoers de gemiddelde maandkoers te gebruiken.
  • De staatssecretaris ziet geen mogelijkheid om de verhuurders van vastgoed in box 3 eenmalig toe te staan het verhuurde vastgoed zonder overdrachtsbelasting of tegen een verlaagd tarief over te brengen naar box 2.