U bent hier

Onderneming & Administratie
Hogere maximumbedragen beslagvrije voet per 1 juli 2026

Hogere maximumbedragen beslagvrije voet per 1 juli 2026

De bedragen voor de maandelijkse beslagvrije voet bij een loonbeslag gaan per 1 juli 2026 omhoog. Dit geldt voor de bedragen voor alle vier de categorieën: alleenstaanden, alleenstaande ouderen, gehuwden zonder kinderen en gehuwden met kinderen.

Als een werknemer schulden heeft, kan zijn werkgever te maken krijgen met een loonbeslag. De schuldeiser van de werknemer legt dan beslag op een deel van het loon van deze werknemer. Het deel dat de werknemer mag houden voor zijn levensonderhoud en vaste lasten is de zogenoemde beslagvrije voet. Voor het bepalen van de hoogte van deze beslagvrije voet geldt een berekeningswijze. De hoogte hangt af van het inkomen en de gezinssituatie van een werknemer. Er zijn drie inkomensgroepen (hoog, midden en laag).

Voor hoge inkomens geldt maximale beslagvrije voet

Voor de groep werknemers met een hoog inkomen gelden de maximumbedragen voor de beslagvrije voet. Werknemers die behoren tot deze groep hebben vanwege de hoogte van hun inkomen geen recht op toeslagen. Per 1 juli 2026 gelden voor deze werknemers de volgende maximale bedragen voor de beslagvrije voet:

  • voor een alleenstaande zonder kinderen: € 2.208,48;
  • voor een alleenstaande ouder: € 2.543,75;
  • voor gehuwden of samenwonenden zonder kinderen: € 2.905,79;
  • voor gehuwden of samenwonenden met één of meer kinderen: € 3.179,68.

Beslagvrije voet voor lagere inkomens berekend met formule

Voor werknemers met een middeninkomen is de beslagvrije voet opgebouwd uit verschillende componenten. Je berekent hun beslagvrije voet met een formule die in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat.
Voor werknemers met een laag inkomen – gelijk aan of lager dan de voor hen geldende bijstandsnorm – is de beslagvrije voet 95% van het netto inkomen, inclusief het vakantiegeld (officieel: vakantiebijslag). Deze werknemers hebben daardoor altijd 5% afloscapaciteit.

Geen loonbeslag op onkostenvergoeding

Al het loon in geld dat boven de beslagvrije voet uitkomt, maakt de werkgever over naar de deurwaarder of invorderingsambtenaar. Dat geldt dus bijvoorbeeld voor een overwerktoeslag, bonus, eindejaarsuitkering of ontslagvergoeding. Andere rechten op loon van vóór de beslaglegging vallen echter niet onder het beslag, zoals achterstallig loon waar de werknemer vóór het loonbeslag recht op heeft. Ook onkostenvergoedingen vallen in principe niet onder het loonbeslag. De kosten die de werknemer voor zijn werkgever maakt tijdens de periode van het loonbeslag drukken op zijn netto besteedbaar inkomen. De onkostenvergoeding compenseert dit.