U bent hier

Onderneming & Fiscus
Fiscale regeling voor start-ups en scale-ups in de maak

Fiscale regeling voor start-ups en scale-ups in de maak

Het kabinet heeft een voorstel ontwikkeld voor een fiscale regeling in de loonheffingen ter bevordering van medewerkersparticipatie in start-ups en scale-ups. Dat blijkt uit een Kamerbrief van demissionair minister Beljaarts van Economische Zaken.

Nederlandse start-ups en scale-ups kampen onder andere met beperkte toegang tot talentvolle werknemers, waardoor ze minder snel groeien dan in andere Europese landen. Werknemersparticipatie speelt als onderdeel van het beloningsbeleid een belangrijke rol bij het aantrekken en binden van talent, maar onderzoek toont aan dat de Nederlandse fiscale regeling voor aandelenopties minder gunstig is dan die in andere landen. Het kabinet heeft daarom een voorstel ontwikkeld voor een fiscale regeling die werknemersparticipatie in start-ups en scale-ups moet bevorderen.

Inhoud van de regeling

De doelgroep voor de regeling bestaat volgens de Kamerbrief uit (werknemers van) jonge bedrijven met een schaalbaar en innovatief bedrijfsmodel waarvan de aandelen niet beursgenoteerd zijn.
In het kort bevat de voorgestelde regeling een paar belangrijke punten. Om te beginnen krijgen werknemers van start-ups en scale-ups te maken met lagere loonheffingen op hun inkomen uit aandelenopties. De hoogte van de heffingen zijn zo meer in lijn met de belastingheffing in andere landen met veel succesvolle start-ups, namelijk ongeveer 23,3% tot 32, 2%.
Ten tweede zorgt de regeling dat belastingheffing pas plaatsvindt op het moment dat aandelen uit aandelenopties verkocht worden. Zo wordt voorkomen dat er al belasting wordt geheven op een moment waarop er nog geen geld beschikbaar is. Nu geldt als hoofdregel het moment waarop, na uitoefening van de aandelenoptie, de aandelen verhandelbaar zijn of worden.

Internetconsultatie en wetsvoorstel

Het voorstel moet nog worden uitgewerkt tot een wetsvoorstel. Het (demissionaire) kabinet streeft ernaar om het wetsvoorstel, na een internetconsultatie, in het eerste kwartaal van 2026 aan te bieden aan de Tweede Kamer. Er wordt toe gewerkt naar een ingangsdatum van 1 januari 2027.