U bent hier

Onderneming & Administratie
Toch geen verruiming van de BOR

Toch geen verruiming van de BOR

Het kabinet wil de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) niet verruimen. De kans is namelijk te groot dat de verruiming tot ongeoorloofde staatssteun zou leiden. Dit blijkt uit de nota naar aanleiding van het verslag van het Belastingplan 2026.

De BOR (infographic) in de erf- en schenkbelasting geeft opvolgers die ondernemingsvermogen erven of geschonken krijgen een flink fiscaal voordeel: in 2025 is de verkrijging tot een bedrag van € 1,5 miljoen volledig vrijgesteld, en daarboven geldt nog een vrijstelling van 75%.In 2023 werden door de Tweede Kamer twee amendementen aangenomen die de BOR toegankelijker moest maken voor sterk verwaterde familiebelangen. Zo zou de familietoets het mogelijk moeten maken dat ook belangen die tot box 3 behoren voor de BOR in aanmerking kunnen komen. Daarvoor moeten familieleden wel gezamenlijk ten minste 25% van de onderneming bezitten. Daarnaast moest een verruiming van de verwateringsregeling ertoe leiden dat indirecte belangen van minder dan 0,5% onder voorwaarden toch in aanmerking komen voor de BOR, als die belangen via vererving, schenking of huwelijksvermogensrecht zijn ontstaan uit een oorspronkelijk aanmerkelijk belang.

Risico op ongeoorloofde staatssteun

Uit een nota naar aanleiding van het verslag van het Belastingplan 2026 blijkt dat het kabinet de verruimingen niet ziet zitten. Belangrijk bezwaar van het kabinet is dat uit onderzoek blijkt dat deze verruiming een aanzienlijk risico op ongeoorloofde staatssteun met zich meebrengt. Ook zou de familietoets op gespannen voet staan met het gelijkheidsbeginsel, omdat vergelijkbare gevallen dan alleen op basis van familiebanden ongelijk worden behandeld. Dit is niet te rechtvaardigen.

Bestaande BOR is voldoende steunend 

Het kabinet ziet ook geen indicaties dat de schenk- en erfbelasting zonder deze uitbreiding de continuïteit van familiebedrijven in gevaar brengt. De bestaande BOR wordt door het kabinet als voldoende steunend ervaren voor bedrijfsopvolging. Alternatieven gericht op familiebedrijven, zouden volgens het kabinet met dezelfde staatssteun- en gelijkheidsproblemen te maken krijgen. Het kabinet vindt daarom uitbreiding niet noodzakelijk en niet wenselijk.