Steeds minder werknemers hebben géén pensioenregeling
Door wettelijke regels en het ‘Aanvalsplan witte vlek’ zijn er steeds minder werknemers zonder pensioen. Inmiddels gaat het om minder dan 10%. Werkgevers die voor hun werknemers geen pensioen regelen, kunnen op de arbeidsmarkt buiten de boot vallen.
Vanuit het Pensioenakkoord is de Stichting van de Arbeid in 2020 met een aanvalsplan gestart om de groep werknemers zonder pensioen terug te dringen. Dit moet voorkomen dat veel werknemers bij pensionering met een grote inkomensterugval te maken krijgen. In 2022 is het plan aangescherpt met een bepaling in de Wet toekomst pensioenen (WTP), de wet die het nieuwe pensioenstelsel regelt. De WTP bevat als doelstelling dat het aantal werknemers dat niet actief deelneemt aan een pensioenregeling op 1 januari 2028 gehalveerd is ten opzichte van 2019. Demissionair minister Paul van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Tweede Kamer deze week geïnformeerd over de voortgang. Hieruit blijkt dat het aantal werknemers zonder pensioen in relatieve én absolute zin afneemt.
Pensioenregeling is (nog) niet wettelijk verplicht
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceerde eind september de stand van eind 2023. Op dat moment namen 680.000 werknemers niet actief deel aan een pensioenregeling. Dit is 9,3% van het totaalaantal werknemers. In 2019 ging het nog om 936.000 werknemers (13,4%) en in 2022 om 756.000 werknemers (10,4%). De minister concludeert dat er een goede stap is gezet richting het bereiken van de reductiedoelstelling uit de WTP. Volgend jaar is er een tussenevaluatie, met de gegevens over 2024. Op basis daarvan wordt bekeken of extra maatregelen nodig zijn om de doelstelling te halen. Eerder is bijvoorbeeld gewaarschuwd voor een algemene pensioenplicht; momenteel zijn werkgevers nog niet wettelijk verplicht om pensioen als arbeidsvoorwaarde aan te bieden. Wel valt een groot deel van de werknemers onder een sectorale verplichtstelling.
Krappe arbeidsmarkt kan witte vlek verkleinen
De daling van het aantal werknemers zonder pensioen komt deels door de afname van het aantal uitzendkrachten zonder pensioen. Hierbij speelt mee dat de cao-partijen in de uitzendsector de wachttijd van acht weken in de pensioenregelingen per 1 juli 2023 hebben afgeschaft op basis van de WTP. Eerder werd die wachttijd al teruggebracht van 26 weken naar acht weken. De Stichting van de Arbeid vindt het verder aannemelijk dat een groot deel van de totale daling het gevolg is van de krappe arbeidsmarkt. De onderhandelingspositie van werknemers is over het algemeen goed, waardoor ze mogelijk op het gebied van pensioen meer eisen stellen.
Als onderdeel van het Aanvalsplan werden werkgevers en vacaturesites in 2023 opgeroepen om pensioen als arbeidsvoorwaarde in vacatureteksten te verwerken. Dat blijkt nog maar beperkt te gebeuren. Andere voorbeelden van ondernomen acties zijn het noemen van pensioen in de nieuwe Sollicitatiecode en voorlichtingscampagnes van VNO-NCW en MKB-Nederland. Een punt waar nog aan gewerkt wordt, is de wettelijke plicht om op de loonstrook te informeren over het pensioen.