U bent hier

Onderneming & Salaris
Werknemer moet vertrekken na vuurwerkbom

Werknemer moet vertrekken na vuurwerkbom

Nog een week en dan knalt Nederland er weer op los. Vuurwerk laat niet alleen sporen na in het straatbeeld, maar ook in arbeidsrelaties. Dat blijkt uit een zaak bij de kantonrechter in Den Haag, waarbij een aankomend voorman gevelwerken werd ontslagen vanwege gerommel met gevaarlijk vuurwerk op de werkplek.

Begin januari 2024 stak de werknemer vuurwerk af tijdens het werk. De bedrijfsleider sprak hem daarop aan en waarschuwde voor gedoe met de directie. In januari 2025 werd de werknemer opnieuw gewaarschuwd, maar het weerhield hem er niet van om toch weer vuurwerk af te steken. Hij deed dit op een projectlocatie waar hij buiten met collega’s aan het werk was. Naar eigen zeggen had hij knetterballetjes en een knetterlint in een kartonnen koker gestopt. Die koker lag op straat en zou een restant van (afgestoken) vuurwerk zijn. Er zouden nog kruitresten in hebben gezeten. Hoe het ook zij: de zelf geassembleerde vuurwerkbom explodeerde in de hand van de werknemer. Hij verloor vier vingers en een deel van zijn handpalm. Ook werd een ruit uit een bedrijfsauto geblazen en kreeg een collega die in de auto zat glas, bloed en vingers in zijn nek.

Werknemer wees op opzegverbod tijdens ziekte

De werkgever verzocht vanwege dit incident de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Dit verzoek was gebaseerd op verwijtbaar handelen van de werknemer (e-grond), een verstoorde arbeidsrelatie (g-grond) en een combinatie van factoren (i-grond). Ook wilde de werkgever een verklaring voor recht dat de werknemer ernstig verwijtbaar had gehandeld, waardoor geen transitievergoeding verschuldigd zou zijn. Tot slot wilde de werkgever een schadevergoeding vanwege de schade aan de bedrijfsauto.
De werknemer gaf aan de schade te willen vergoeden. Maar volgens hem was er geen reden voor ontslag. Bovendien zou de arbeidsovereenkomst niet ontbonden kunnen worden, omdat hij arbeidsongeschikt was en dus het opzegverbod tijdens ziekte van toepassing was.

Het handelen was duidelijk ernstig verwijtbaar

De rechter oordeelde dat niet vaststond dat de werknemer illegaal vuurwerk had meegenomen naar de werkplek. Hij ging daarom uit van de verklaring van de werknemer, die er alsnog niet goed vanaf kwam. De rechter vond het de werknemer ernstig te verwijten dat hij geen rekening had gehouden met kruitresten in het vuurwerkafval, en vervolgens met de zware ontploffing voor ernstig gevaar had gezorgd. Dat de werknemer van plan was het vuurwerk naar een steiger te gooien waarop zijn collega’s aan het werk waren, maakte de kwestie alleen maar erger. De rechter telde daar ook nog eens bij op dat de werknemer meermaals gewaarschuwd was. Er viel niet anders te concluderen dan dat de werknemer ernstig verwijtbaar had gehandeld.

Coulance vanwege gezinssituatie werknemer

De arbeidsovereenkomst werd daarom ontbonden. Het opzegverbod blokkeerde dit niet; het verzoek van de werkgever hield geen verband met de arbeidsongeschiktheid. Wel kreeg de werknemer de transitievergoeding mee. De rechter woog hierbij mee dat het incident al genoeg vervelende gevolgen had voor de werknemer. Er wachtte een lang revalidatietraject, terwijl hij pas 38 jaar was en de zorg voor vijf kinderen had. De rechter vond het van groot belang voor de werknemer zelf, zijn gezin en de maatschappij dat hij weer aan het werk zou komen. De schadevergoeding bleef achterwege, want opzet of bewuste roekeloosheid (artikel) kwam niet vast te staan.
Rechtbank Den Haag, 30 juni 2025, ECLI (verkort): 11123