U bent hier

Onderneming & Administratie
Drempelvrijstelling RVU stijgt per 2026 extra

Drempelvrijstelling RVU stijgt per 2026 extra

Het bedrag van de drempelvrijstelling voor een Regeling voor vervroegde uittreding (RVU) bedraagt per 1 januari 2026 € 2.657 per maand. Naast de reguliere indexatie is het bedrag ook verhoogd met € 300 per maand voor werknemers met een laag inkomen of weinig aanvullend pensioen.

Sinds 1 januari 2021 geldt de drempelvrijstelling voor een Regeling voor vervroegde uittreding (RVU) als onderdeel van het pensioenakkoord. Als betalingen in verband met de RVU onder het bedrag van de drempelvrijstelling blijven en worden uitgekeerd in de periode van 36 maanden voor de AOW-leeftijd, hoeft een werkgever geen RVU-heffing af te dragen. Deze pseudo-eindheffing bedraagt in 2026 57,7% en wordt de komende jaren stapsgewijs verhoogd. De werkgever is de pseudo-eindheffing verschuldigd naast de reguliere loonheffingen. 

€ 300 extra drempelvrijstelling per maand

De hoogte van het maandbedrag van de RVU-drempelvrijstelling wordt elk jaar aangepast. Dit jaar is de drempelvrijstelling, naast de reguliere indexatie, extra verhoogd met € 300 bruto per maand. Dit is gedaan om de RVU toegankelijker te maken voor werknemers met een laag inkomen of weinig aanvullend pensioen. Het bedrag van de RVU-drempelvrijstelling is voor 2026 vastgesteld op € 2.657 per maand. In 2025 was de drempelvrijstelling € 2.273 per maand.

Voorwaarden voor de RVU-drempelvrijstelling

Om aan de RVU-drempelvrijstelling te voldoen, gelden de volgende voorwaarden:

  • De uitkering volgens de RVU-regeling kent de werkgever toe in (maximaal) 36 maanden direct voorafgaand aan het bereiken van de AOW-leeftijd van de werknemer. Gaat de uitkering minder dan 36 maanden vóór de AOW-leeftijd in, dan geldt de vrijstelling alleen nog voor de resterende maanden.
  • De werkgever berekent het bedrag van de drempelvrijstelling per maand.
  • De RVU-drempelvrijstelling is maximaal het bedrag dat – na vermindering van loonbelasting en premie volksverzekeringen – gelijk is aan het nettobedrag van de AOW-uitkering voor alleenstaande personen, dat geldt op 1 januari van het jaar waarin de uitkering plaatsvindt. Per 1 januari 2026 geldt een extra verhoging.