U bent hier

Onderneming & Fiscus
AG: belastingrente van 4% niet buitensporig hoog

AG: belastingrente van 4% niet buitensporig hoog

Advocaat-Generaal (AG) Koopman van de Hoge Raad stelt in zijn advies dat een belastingrente van 4% niet tot een buitensporige zware last leidt voor belastingplichtigen. Als de Hoge Raad dit advies volgt krijgen bezwaarmakers tegen de belastingrente voor de IB hun geld in principe niet terug.

Voor de belastingrente (artikel) in de vennootschapsbelasting (VPB) gold van 2022 tot 2024 een percentage van 8. In 2024 was het percentage zelfs 10. Voor dit jaar geldt een percentage van 7,5. Dit tarief is zo hoog omdat dit is gekoppeld aan de wettelijke rente voor handelstransacties. Er is altijd veel kritiek geweest op de hoogte van de belastingrente omdat het percentage niet marktconform is. Ook zou het hoge tarief vooral een budgettair doel hebben. Er zijn daarom veel bezwaren tegen de belastingrente voor de VPB ingediend. Hierna zijn er ook een groot aantal bezwaren ingediend tegen het belastingrentepercentage dat vanaf 1 oktober 2020 in rekening werd gebracht voor de inkomstenbelasting (IB) en andere belastingen (minimaal 4%). Door de staatssecretaris van Financiën zijn alle bezwaren tegen het percentage van de belastingrente als massaal bezwaar aangewezen voor de VPB, LB, IB en BTW.

Belastingrente van 4% 

AG Koopman concludeerde in september 2025 in een zaak dat de belastingrente in de vennootschapsbelasting van 8% onrechtmatig is. Maar hij heeft nu zijn mening gegeven over de 4% belastingrente in de IB.
De belastingbetaler in deze zaak stapte naar de rechter omdat hij vond dat de hoogte van het belastingrentepercentage van 4% in de aanslag IB in strijd was met het eigendomsrecht van artikel 1 van het Eerste Protocol (EP) van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM). Bij de rechbank en het gerechtshof werd de zaak afgewezen. Hij ging daarom in cassatie.

Geen buitensporig zware last

De AG heeft in zijn advies aan de Hoge Raad nu aangegeven dat de belastingrente van 4% geen buitensporig zware last is voor belastingplichtigen. Daarbij maakt hij wel een kanttekening. In een bijzonder geval kan de belastingrente voor iemand wel een individuele buitensporige last opleveren en dan kan de rente op die grond voor diegene op een lager percentage worden gesteld. Maar dat is in deze zaak niet aan de orde. Als ons hoogste rechtsorgaan dit advies volgt, krijgen duizenden bezwaarmakers tegen de belastingrente voor de IB geen geld terug.
Parket Hoge Raad, 19 december 2025, ECLI (verkort): 1393