Let op bij de laatste BTW-aangifte over 2025!
De laatste BTW-aangifte over een boekjaar is er altijd eentje waarbij ondernemers extra moeten opletten. Want naast het invullen van de reguliere BTW-bedragen in de aangifte is dit óók het moment om een aantal specifieke correcties mee te nemen. Blijven die uit, dan kan er uiteindelijk een boete volgen.
Voor de BTW-aangifte (toolbox) en de betaling van verschuldigde BTW heeft een ondernemer altijd maximaal een maand de tijd, na afloop van een tijdvak. De laatste aangifte én betaling over het jaar 2025 moeten dus uiterlijk 31 januari 2026 binnen zijn bij de Belastingdienst. Daarbij maakt het niet uit of de ondernemer per kwartaal (vierde kwartaal 2025) of per maand (december 2025) BTW-aangifte doet. De eerste maandaangifte over 2026 moeten ondernemers uiterlijk eind februari inleveren, zoals je kunt zien in het overzicht in deze infographic.
Verplichte correcties in laatste BTW-aangifte
Bij de laatste BTW-aangifte over een boekjaar moet de ondernemer nagaan of hij nog verplichte correcties (verdiepingsartikel) moet meenemen. Daarbij gaat het onder meer om een correctie voor privégebruik door de ondernemer. Onttrekt de BTW-ondernemer goederen en diensten voor eigen privédoeleinden aan de onderneming, dan is er sprake van privégebruik. Voor dat deel mag de ondernemer de BTW niet aftrekken. Is dat eerder wel gebeurd, dan moet er dus een correctie plaatsvinden. Ook kan het zijn dat een ondernemer de eerder in aftrek gebrachte voorbelasting op bijvoorbeeld aangeschafte goederen moet herzien (verdiepingsartikel). Met ingang van 2026 gelden er in dit verband overigens nieuwe regels voor onderhoudsdiensten, zoals schilderwerk en dakrenovatie. Maar dat speelt dus 'pas' bij de laatste BTW-aangifte over 2026.
Kerstpakketten, relatiegeschenken en giften
Een term die eigenlijk alleen bij de laatste BTW-aangifte over een jaar op tafel komt, is het Besluit Uitsluiting Aftrek van voorbelasting (BUA). Door het BUA is de BTW op onder meer personeelsvoorzieningen (zoals kerstpakketten of bedrijfsfitness), relatiegeschenken en andere giften in principe niet aftrekbaar. En daarvoor moet de ondernemer dus ook een correctie doorvoeren. Wel geldt er voor het BUA een drempel van € 227 exclusief BTW per werknemer. Blijft een onderneming in een jaar onder dit plafond, dan is alle betaalde voorbelasting dus wél gewoon aftrekbaar.
Correctie voor privégebruik auto van de zaak
Ook voor het privégebruik van een auto van de zaak moeten ondernemers een correctie opnemen (verdiepingsartikel). Want voor het deel dat de auto niet zakelijk is gebruikt, bestaat er geen recht op BTW-aftrek. De hoofdregel is dat de ondernemer BTW moet berekenen over het werkelijke privégebruik. Om dat aannemelijk te maken moet de ondernemer een sluitende kilometeradministratie bijhouden. Als die er niet is, en de ondernemer betaalt ook geen zakelijke vergoeding voor het privégebruik, wordt de correctie berekend met een forfait (rekentool). Die houdt in dat de ondernemer standaard 2,7% over de cataloguswaarde van de auto (inclusief BTW en BPM) als BTW moet afdragen. Is er bij de aanschaf van de auto geen BTW afgetrokken, dan moet de ondernemer een forfaitaire bijtelling van 1,5% hanteren.