U bent hier

Onderneming & Personeel
Hof: Uber-chauffeurs hebben geen arbeidsovereenkomst

Hof: Uber-chauffeurs hebben geen arbeidsovereenkomst

In een langlopende rechtszaak tussen Uber en vakbond FNV heeft het hof in Amsterdam geoordeeld dat niet voor álle Uber-chauffeurs in één keer kan worden vastgesteld of zij werknemer of zelfstandige zijn. Voor de zes chauffeurs die in hoger beroep namens Uber procedeerden, concludeerde het hof dat zij géén arbeidsovereenkomst hadden.

In september 2021 oordeelde de kantonrechter in Amsterdam dat de platformarbeiders van taxi-app Uber op basis van een arbeidsovereenkomst werkten. De zaak kreeg destijds veel aandacht. Uber ging daarna in hoger beroep. Het gerechtshof vroeg de Hoge Raad om verdere verduidelijking van een aantal zaken. De antwoorden kwamen vorig jaar.
De Hoge Raad ging daarbij in op het Deliveroo-arrest, waarin omstandigheden werden opgesomd die kunnen worden meegewogen bij de beoordeling of er sprake is van een arbeidsovereenkomst. De ene omstandigheid weegt niet per se zwaarder dan de andere. De beoordeling is maatwerk: het kan zo zijn dat van twee werkenden met hetzelfde werk er maar eentje als werknemer is aan te duiden. Een rechter kan niet een algemeen oordeel over de kwalificatie van een overeenkomst geven als de individuele omstandigheden van (groepen) werkenden daarvoor te veel uiteenlopen. 

Sterke mate van ondernemerschap

Na de antwoorden van de Hoge Raad was het aan het gerechtshof om een oordeel te vormen over de overeenkomst van de chauffeurs. Het hof besloot dat de zes chauffeurs die in hoger beroep aan de zijde van Uber mee procedeerden, geen werknemers waren. Deze chauffeurs lieten een sterke mate van ondernemerschap zien. Dat uitte zich onder meer in de investeringen die zij deden (zoals voor hun auto), de vrijheid in het kiezen van de tijdstippen waarop ze werkten, de strategie bij het wel of niet accepteren van ritten en de bijbehorende verdiensten, en het risico op aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid.
Het is niet uitgesloten dat andere chauffeurs wél op basis van een arbeidsovereenkomst voor Uber werken, maar het hof heeft dit vanwege een gebrek aan gegevens over individuele omstandigheden niet voor individuele chauffeurs of groepen van chauffeurs kunnen vaststellen.

Gebroken, maar niet verslagen

Dat de verschillen tussen de Uber-chauffeurs te groot zijn voor een algemeen oordeel over de arbeidsrelatie, is een tegenvaller voor FNV. De vakbond meldt het oordeel echter niet als einde van de strijd te zien. Mogelijk volgt een nieuwe stap naar de Hoge Raad; FNV gaat nu uitzoeken of dat kansrijk is. Ook wordt bekeken of er winst valt te behalen in individuele procedures tegen Uber.
Gerechtshof Amsterdam, 27 januari 2026, ECLI (verkort): 163