U bent hier

Onderneming & Fiscus
Coalitieakkoord 2026-2030: loongerelateerde plannen

Coalitieakkoord 2026-2030: loongerelateerde plannen

De fractievoorzitters van D66, VVD, CDA hebben op vrijdag 30 januari het coalitieakkoord gepresenteerd. Daar staan behoorlijk wat plannen in waar de salarisadminstrateur de komende jaren mee te maken kan krijgen.

Het coalitieakkoord heeft de titel Aan de slag en omvat 67 pagina’s. Daarin staan puntsgewijs heel veel plannen die de partijen D66, VVD en CDA de komende jaren willen uitvoeren. Veel van de plannen zijn niet concreet uitgewerkt. Dat zal de komende jaren gebeuren, waarbij de minderheidscoalitie steun moet zoeken bij oppositiepartijen. In het coalitieakkoord 2026-2030 staan ook diverse personeelsmaatregelen en fiscale maatregelen.

Behoud van regelingen en minder administratieve lasten

We zetten de plannen op een rij:

  • De coalitie wil stabiel beleid en stabiele belastingen. Regelingen die vaak ter discussie zijn gesteld, maar die belangrijk zijn voor bedrijven moeten worden behouden, zoals de expatregeling en WBSO. Ze versoberen de expatregeling niet.
  • Fiscale regelingen voor organisaties, zoals de WBSO en werkkostenregeling (WKR), moeten minder complex worden en de administratieve lasten moeten omlaag.
  • De partijen willen het makkelijker maken om werknemers deels te betalen in aandelen(opties) en ze breiden mogelijkheden uit om financiële medewerkersparticipaties fiscaal voordelig te verstrekken.
  • Ze pakken schijnzelfstandigheid aan door het conceptvoorstel van de Wet VBAR die hierover gaat te splitsen en een rechtsvermoeden van werknemerschap in te voeren (met een minimaal uurtarief voor zzp’ers). Het overgebleven deel van de VBAR vervangen ze door de Zelfstandigenwet.
  • Het kabinet werkt aan voorstellen om het stelsel van loondoorbetaling bij ziekte en arbeidsongeschiktheid te wijzigen, vooral in het mkb.

Aanpassingen in belastingen en premies

In de werkkostenregeling komt een aanpassing en ook in de premieheffingen zal het een en ander wijzigen:

  • Werkgevers krijgen de ruimte om werknemers te helpen met het sneller aflossen van hun studieschuld door gebruik van de werkkostenregeling. Een nieuwe gerichte vrijstelling lijkt daarbij het meest logisch, maar zo gedetailleerd is het akkoord niet.
  • Ondernemingen en burgers moeten een ‘vrijheidsbijdrage’ gaan betalen. Daarom wordt in 2027 en 2028 de tabelcorrectiefactor in de inkomstenbelasting/loonbelasting maar beperkt toegepast. De opbrengst gaat naar de ‘vrijheidsbijdrage’. Voor werkgevers komt de bijdrage uit een verhoging van de aof-premie (met dezelfde verhouding tussen het lage en hoge tarief).
  • Per 2029 wordt het maximumdagloon met 20% verlaagd. De koppeling met het maximumpremieloon blijft behouden, waardoor de overheid minder premie-inkomsten binnenkrijgt. Hiertegenover komt een – nog onbekende – lastenverzwaring te staan.
  • De drie partijen willen een herziening van het belastingstelsel, het sociale zekerheids- en toeslagenstelsel.