U bent hier

Onderneming & Salaris
Personeelsmaatregelen uit het Coalitieakkoord 2026-2030

Personeelsmaatregelen uit het Coalitieakkoord 2026-2030

Vandaag hebben de coalitiepartijen D66, VVD en CDA hun toekomstplannen gepresenteerd. In het Coalitieakkoord 2026-2030 staan de nodige maatregelen voor werkgevers en werknemers. Waarmee moeten zij in de komende jaren rekening houden?

Onder de titel ‘Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland’ (pdf) hebben de coalitiepartijen in 67 pagina’s veel personeelsgerelateerde plannen gepubliceerd voor de komende regeerperiode, en soms ook voor de periode daarna. Daarnaast bevat het akkoord de nodige fiscale plannen en loongerelateerde plannen die interessant kunnen zijn voor werkgevers. De plannen worden de komende jaren verder uitgewerkt.

Plannen coalitieakkoord voor werkgevers en werknemers

De belangrijkste kabinetsvoornemens voor werkgevers en werknemers zijn:

Sociale zekerheid:

  • Per 2028 wordt de maximale duur van een WW-uitkering verkort tot slechts 12 maanden, dus niet tot 18 maanden. Per 2030 stijgt de WW-uitkering in de eerste twee maanden van werkloosheid van 75% naar 80% van het loon. Tegelijkertijd wordt de referte-eis verscherpt naar 42 van de 52 weken gewerkt en gaat de opbouw van WW-rechten naar een halve maand per gewerkt jaar.
  • Per 2029 wordt het maximumdagloon voor alle relevante uitkeringsregelingen verlaagd met 20%. Dit betekent dat de hoogste inkomens een lagere uitkering krijgen en werkgevers voor hen minder premie hoeven te betalen.
  • Per 2030 wordt de Inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA) afgeschaft. Dit moet onder meer de grote achterstanden van UWV bij de sociaal-medische (her)beoordelingen verkleinen. Om die problematiek op te lossen, wordt ook werk gemaakt van taakherschikking bij sociaal-medische beoordelingen en scherpere voorwaarden bij het aanvragen van herbeoordelingen.

AOW:

  • Vanaf 2033 stijgt de AOW-leeftijd (infographic) mee met de levensverwachting, in plaats van voor twee derde. De hoogte van de AOW-uitkering blijft ongewijzigd en groeit mee met de welvaartsontwikkeling.

Zelfstandigen zonder personeel:

  • Om schijnzelfstandigheid tegen te gaan, worden het voorstel voor de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (WVBAR) en de Zelfstandigenwet gecombineerd. Uit de WVBAR wordt het rechtsvermoeden van werknemerschap overgenomen: bij een uurtarief van € 36 of minder wordt juridisch 'vermoed' dat de zzp'er deze arbeid verricht volgens een arbeidsovereenkomst. De ‘rest’ van de WVBAR wordt vervangen door de Zelfstandigenwet.

Buitenlandse werknemers:

Overig: