U bent hier

Onderneming & Administratie
Coalitie wil 'nieuwe' box 3 nog verder vernieuwen

Coalitie wil 'nieuwe' box 3 nog verder vernieuwen

Na jaren steggelen komt de invoering van een nieuw systeem voor de heffing in box 3 van de inkomstenbelasting in zicht. Maar de beoogde regeringscoalitie van D66, CDA en VVD wil daarna een stap verder gaan met een nog nieuwere box 3.

De heffing in box 3 van de inkomstenbelasting houdt de gemoederen op z'n zachtst gezegd al een hele tijd bezig. Heel kort samengevat: eerder heeft de Hoge Raad de systematiek met forfaits naar de prullenbak verwezen. En daarom wordt er sindsdien gewerkt aan een wetsvoorstel dat het werkelijke rendement op onder meer spaargeld en beleggingen moet gaan belasten. Dit systeem moet per 2028 ingaan.

Vermogensaanwasbelasting en vermogenswinstbelasting

In de nieuwe versie van box 3 is een hoofdrol weggelegd voor de zogeheten vermogensaanwasbelasting. Daarbij betaalt de belastingplichtige heffing over de inkomsten uit het vermogen in dat jaar, zoals over de werkelijk ontvangen rente op een spaarrekening. Een uitzondering geldt voor onroerende zaken en aandelen in start-ups. Daarvoor gaat namelijk een zogeheten vermogenswinstbelasting gelden. Dit houdt in dat het rendement in box 3 pas belast is als de winst wordt verzilverd. Bijvoorbeeld bij de verkoop van een vakantiehuis.

Coalitie wil een stap verder gaan

Per 2028 moet er dus een hybride stelsel zijn, een combinatie van een vermogensaanwasbelasting en een vermogenswinstbelasting. Het beoogde minderheidskabinet wil echter nog een stap verder gaan en toewerken naar een volledige vermogenswinstbelasting. In het Coalitieakkoord staat: 'Daarnaast stimuleren we langetermijnbeleggingen door het nieuwe box 3-stelsel op werkelijk rendement door te ontwikkelen naar een vermogenswinstsystematiek.' Dat is wel ook meteen de enige zin in het akkoord die is gewijd aan box 3. Dus hoe die systematiek er dan uit moet zien en per wanneer die in moet gaan, is nog onduidelijk.

Nadelen van vermogenswinstbelasting

Wel ziet de coalitie dus kennelijk het stimuleren van langetermijnbeleggingen als belangrijke reden om box 3 verder te vernieuwen. En inderdaad hoeven belastingplichtigen bij een vermogenswinstbelasting pas af te rekenen met de fiscus als zij een belegging verkopen. Anderzijds is juist ook de kritiek op deze heffingsvariant dat de belastingheffing te lang kan worden uitgesteld en meer mogelijkheden biedt voor fiscale planning. In de aanloop naar het wetsvoorstel voor de nieuwe box 3 is ook al een volledige vermogenswinstbelasting onderzocht. En de wetgever zag daar voorlopig te veel nadelen in. Zo schiet de schatkist er in eerste instantie flink bij in, omdat de belastinginkomsten pas later binnenkomen dan bij een vermogensaanwasbelasting. Dit zou volgens het demissionaire kabinet om € 5 miljard kunnen gaan in de eerste 5 jaar. Ook vergt een vermogenswinstbelasting meer van het 'doenvermogen' van belastingplichtigen, omdat zij de historische aankoopwaarde van bezittingen mogelijk langdurig moeten bijhouden.

Stemming over nieuwe box 3 per 2028

Er is dus nog aardig wat voer voor parlementaire discussie, mocht de beoogde coalitie de verdere vernieuwingsdrang voor box 3 inderdaad doorzetten. Voorlopig is de Tweede Kamer eerst druk met de huidige vernieuwing van het stelsel. Om de invoering per 2028 te halen, moet de Kamer wel uiterlijk 15 maart 2026 instemmen met het wetsvoorstel. Vooralsnog lijkt er een meerderheid te zijn voor de invoering. Wel is het nog afwachten hoe de stemming gaat uitvallen voor verschillende amendementen op het wetsvoorstel die zijn ingediend. Zo is er een voorstel om in box 3 naast het algemene tarief van 36% nog een toptarief in te voeren van 49,5%, en er is een amendement dat een achterwaartse verliesverrekening mogelijk maakt.
Deze amendementen zijn allebei ontraden (pdf) door het huidige demissionaire kabinet. Dat geldt ook voor een motie die vraagt om in kaart te brengen wat de structurele meeropbrengsten zijn van een vermogenswinstbelasting in box 3. Volgens het huidige kabinet is er echter geen sprake van mééropbrengsten. De opbrengsten van een vermogensaanwasbelasting en een vermogenswinstbelasting zijn op langere termijn gelijk, aldus het kabinet. Maar de grote derving aan belastinginkomsten die ontstaat bij de invoering van een vermogenswinstbelasting haalt de schatkist niet meer in.