Voetbalkaartjes tellen mee als loon voor dga
Een bv kan voetbalkaartjes voor de directeur-grootaandeelhouder (dga) niet zomaar als zakelijke kosten wegboeken. Dat blijkt uit een recente uitspraak van Rechtbank Gelderland.
Niet elke kostenpost die via de bv loopt, is automatisch zakelijk. Zeker bij uitgaven met een duidelijk privé-karakter kijkt de fiscus kritisch mee. Als een bv niet kan onderbouwen dat zo’n verstrekking een zakelijk doel dient, kan er al snel sprake zijn van loon in natura voor de dga — zoals in onderstaande zaak.
Geen onderbouwing van zakelijk karakter
In deze zaak ging het om een houdstervennootschap met een dochterbedrijf in de schoonmaakbranche. Die dochter beschikte in de jaren 2017 tot en met 2021 over diverse toegangskaarten voor voetbalwedstrijden, waaronder seizoenkaarten en losse kaarten voor topwedstrijden. De dga bezocht zelf meerdere wedstrijden. Toen de Belastingdienst in 2021 een boekenonderzoek deed, bleek dat nergens was vastgelegd wie er naar de wedstrijden gingen en wat daar zakelijk gezien tegenover stond. De bv hield vol dat de kaarten bedoeld waren voor acquisitie en relatiebeheer, maar kon dat niet hard maken. De inspecteur rekende de waarde van de tickets daarom toe als loon in natura en legde een naheffingsaanslag loonheffingen (artikel) op van € 121.635.
Recreatief karakter staat voorop
De rechtbank gaf aan dat het bezoeken van voetbalwedstrijden in het algemeen een recreatief en consumptief karakter heeft. Als werknemers of een dga wedstrijden bijwonen, ligt het daarom op de weg van de werkgever om aannemelijk te maken dat sprake is van een zakelijk doel (artikel). Dat lukte de bv niet. Zo kon zij niet onderbouwen welke relaties waren meegenomen, bij welke wedstrijden sprake zou zijn geweest van een zakelijk karakter en of daadwerkelijk zakelijke gesprekken zijn gevoerd. Dat er misschien hier en daar een nieuw contact was ontstaan, vond de rechtbank niet genoeg. Ook het argument dat een wedstrijdbezoek voor de dga altijd een zakelijk doel diende vond geen gehoor.
Naheffing blijft staan
Zonder duidelijke administratie en onderbouwing kan 'relatiebeheer' of een schijnbaar zakelijk uitje dus flink in de papieren lopen. Het beroep van de bv werd ongegrond verklaard; de naheffingsaanslag loonheffingen van € 121.635 over 2017 tot en met 2021 bleef dus in stand.
Rechtbank Gelderland 26 juni 2025, ECLI (verkort) 4988