U bent hier

Onderneming & Personeel
Proeftijdontslag vóór eerste werkdag is toegestaan

Proeftijdontslag vóór eerste werkdag is toegestaan

Met een rechtsgeldig proeftijdbeding kan een werkgever de arbeidsovereenkomst van een werknemer tijdens de proeftijd relatief makkelijk beëindigen. Dat kan ook al vóór de eerste werkdag, ondervond een aspirant-casinomedewerker bij Rechtbank Limburg.

De werknemer en de werkgever kwamen op 21 oktober 2025 een arbeidsovereenkomst voor zeven maanden overeen, met daarin een proeftijdbeding (tool) opgenomen. Vlak na de ondertekening vroeg de werknemer of hij halverwege de eerste werkmaand een voorschot van € 1.000 zou kunnen krijgen op zijn eerste loon. Op 22 oktober 2025 wees de werkgever dit verzoek af. Wat de werknemer wel kreeg, was een proeftijdontslag (tool), nog vóór zijn eerste werkdag.     

Werkgever zou zelf zijn begonnen over het voorschot

De werknemer verzocht de kantonrechter de opzegging te vernietigen of hem een billijke vergoeding van zeven maandsalarissen toe te kennen. De opzegging was volgens de werknemer niet rechtsgeldig, omdat de arbeidsovereenkomst ten tijde van de opzegging nog niet was begonnen en de werkgever daardoor nog geen beroep kon doen op het proeftijdbeding. Ook had de werkgever het proeftijdbeding niet gebruikt waarvoor het bedoeld is: zijn geschiktheid als werknemer beoordelen. De werknemer meende verder dat het ontslag buitenproportioneel was, aangezien de werkgever ook had kunnen volstaan met het weigeren van het voorschot. De werkgever had bovendien tijdens de ondertekening van de arbeidsovereenkomst zelf gezegd dat het altijd mogelijk was om een voorschot te vragen. Hierdoor zou de werkgever niet als goed werkgever (artikel) hebben gehandeld.

Ontslag was niet in strijd met goed werkgeverschap

De kantonrechter verduidelijkte dat tijdens de proeftijd beide partijen de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang mogen opzeggen ‘zolang die tijd niet is verstreken’, dus ook vóór de eerste werkdag. Dat de werknemer niet de kans had gekregen om zijn geschiktheid te bewijzen deed niets af aan de rechtsgeldigheid van het ontslag, omdat er voor een proeftijdontslag geen redelijke ontslaggrond hoeft te zijn. Een proeftijdontslag mag niet in strijd zijn met een van de wettelijke discriminatieverboden.
Een proeftijdontslag is ook niet toegestaan als de werkgever met dat ontslag in strijd handelt met goed werkgeverschap. Maar ook daarvan was geen sprake, omdat de werkgever gemotiveerd had betwist dat hij over het voorschot was begonnen en niet de werknemer. Het ontslag was ook niet buitenproportioneel, omdat (veronderstelde) financiële problemen in het casinowezen een groot risico met zich mee kunnen brengen. Het proeftijdontslag bleef in stand.
Rechtbank Limburg, 12 februari 2026, ECLI (verkort): 1410