U bent hier

Onderneming & Fiscus
Dga's houden gebruikelijk loon vaak kunstmatig laag

Dga's houden gebruikelijk loon vaak kunstmatig laag

Veel dga’s zetten zichzelf nog altijd opvallend laag op de loonlijst. Gemiddeld ligt het dga-salaris zo’n 20% onder wat een vergelijkbare werknemer zou verdienen. Sterker nog: in veel bv’s verdient de hoogstbetaalde werknemer meer dan de dga zelf. Dit blijkt uit een vervolgonderzoek naar de gebruikelijkloonregeling.

De gebruikelijkloonregeling verplicht een dga om een zakelijk loon in aanmerking te nemen en daarover loonheffing in box 1 te betalen. Het gebruikelijk loon moet minimaal gelijk zijn aan het hoogste van:

  • het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het hoogste loon van werknemers binnen de bv;
  • het normbedrag (in 2026: € 58.000).

Op papier klinkt dat helder, maar in de praktijk pakt het anders uit. Volgens de evaluatie van SEO nemen dga’s gemiddeld maar zo’n 80% van de ‘juiste’ loonsom in aanmerking. De meeste dga’s blijven structureel onder het loon dat past bij hun functie, en zitten opvallend vaak rond of onder het normbedrag.

Gebrek aan vergelijkingsmateriaal

Een belangrijke oorzaak is dat niet iedereen precies weet wat nu het loon van de 'meest vergelijkbare dienstbetrekking' is. Daardoor zitten zowel dga’s als de Belastingdienst vaak in het grijze gebied bij het bepalen van het juiste bedrag. Daar komt bij dat dga’s en adviseurs de handhaving als relatief mild ervaren. Het beperken en uiteindelijk afschaffen van de doelmatigheidsmarge heeft bovendien nauwelijks tot hogere lonen geleid. De verwachte extra belastingopbrengst (circa € 315 miljoen) kwam dan ook niet naar boven. Met andere woorden: de regels zijn strenger geworden, maar de praktijk bleef zo’n beetje hetzelfde.

Uniforme waarderingsmethode in de maak

Om uit dat grijze gebied te komen, onderzoekt het kabinet nu of er een eenduidige, generieke waarderingsmethode kan worden ontwikkeld voor het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Denk aan een soort uniforme functiewaardering die zowel:

  • door dga’s en hun adviseurs kan worden gebruikt om het gebruikelijk loon vast te stellen, én
  • door de Belastingdienst kan worden toegepast in de controle en handhaving.

Er komt eerst een haalbaarheidsonderzoek naar zo’n systeem. Parallel daaraan start de Belastingdienst een data-analyse om beter in beeld te krijgen hoe vaak de regeling nu correct wordt toegepast. Die inzichten moeten later de basis vormen voor een gerichtere handhavingsstrategie.

Meer handhaving in het vooruitzicht

.Met een uniforme waarderingsmethode en scherpere, data-gestuurde handhaving in het vooruitzicht moet het speelveld van de dga kleiner worden. Wie als dga op of rond het normbedrag blijft hangen zonder goede onderbouwing, kan de komende jaren eerder vragen verwachten van de fiscus.