Vóór 1 april suppletieaangifte BTW doen scheelt belastingrente
Als een BTW-ondernemer een fout in de aangifte over 2025 vóór 1 april 2026 corrigeert met een suppletieaangifte, betaalt de ondernemer in elk geval geen belastingrente. Maar door aangescherpte regels zou een suppletie rond die datum de ondernemer wél op een boete kunnen komen te staan.
Als een BTW-ondernemer fouten ontdekt in een BTW-aangifte van de afgelopen vijf kalenderjaren, moet de ondernemer dat corrigeren. Als de correctie meer dan € 1.000 bedraagt (positief of negatief), moet de ondernemer een suppletieaangifte indienen (artikel) met de juiste en volledige gegevens. Correcties onder de € 1.000 mag de ondernemer in de eerstvolgende BTW-aangifte meenemen. Hiervoor is dus geen suppletieaangifte nodig.
Belastingrente bedraagt 5%
Gaat het om een correctie over het jaar 2025, dan is het zaak om de suppletieaangifte in elk geval vóór 1 april 2026 in te dienen en de verschuldigde BTW ook te betalen. In dat geval rekent de fiscus namelijk geen belastingrente, die voor de BTW momenteel 5% (2025: 6,5%) bedraagt. Deze belastingrente is in feite een vergoeding aan de Belastingdienst. De fiscus heeft namelijk eigenlijk rente gemist doordat er eerder te weinig (of helemaal geen) belasting is betaald. Maar er geldt dus een uitzondering als de ondernemer de suppletieaangifte binnen drie maanden na afloop van het belastingjaar indient.
'Zo spoedig mogelijk' is binnen 8 weken
Een rekening voor belastingrente krijgt de BTW-ondernemer dus niet bij een suppletie vóór 1 april 2025. Maar de fiscus zou wel een vergrijpboete op kunnen leggen. Er is sinds dit jaar namelijk nóg een termijn waar de ondernemer rekening mee moet houden. Tot en met 2024 moest de ondernemer na het ontdekken van een fout 'zo spoedig mogelijk' een suppletieaangifte doen. Dat geldt nog steeds, maar met ingang van 2025 is er aan 'zo spoedig mogelijk' ook een wettelijke termijn gekoppeld van maximaal 8 weken. Dit houdt dus in dat een fout die begin 2026 is ontdekt ruim vóór 1 april 2026 rechtgezet moet worden met een suppletie. Ondernemers die al vóór de start van 2026 een fout hadden ontdekt, moesten zelfs al uiterlijk 26 februari 2026 met de suppletie over de brug komen. Aan ondernemers die volgens deze nieuwe termijn te laat zijn, kan de Belastingdienst een vergrijpboete opleggen. Tenminste, als de inspecteur kan aantonen dat er sprake is van opzet of grove schuld van de belastingplichtige. Een verzuimboete legt de Belastingdienst meestal niet op, als de ondernemer de volgens de suppletie verschuldigde BTW netjes afdraagt.