Vete rond verplichte scholing eindigt in rechtbank
Een studiekostenbeding is nietig als het behalen van een diploma noodzakelijk is voor het uitoefenen van een functie en de werkgever deze scholing eist, stuurt en/of organiseert. De studiekosten mag de werkgever dan ook niet terugvorderen, zo bleek onlangs weer in een rechtszaak.
Een zorginstelling verwacht van werknemers in de functie van ‘helpende’ dat zij over een diploma op dit gebied beschikken, of bereid zijn om dit diploma te behalen. Met een werkneemster – in dienst op basis van een leer-werkovereenkomst – werd afgesproken dat ze de opleiding ‘Helpende’ zou volgen, inclusief het behalen van een extra certificaat, plus versneld de opleiding ‘Verzorgende IG’. Er werden studiekostenbedingen (tool) afgesproken, met een terugbetalingsverplichting als de werkneemster binnen drie jaar na afronding van de opleidingen zou vertrekken. De werkneemster behaalde het diploma ‘Helpende plus certificaat’ en startte de vervolgopleiding, maar rondde deze niet af en zegde haar arbeidsovereenkomst op. Vervolgens ontstond er discussie over het terugbetalen van de studiekosten. De werkgever stapte naar de rechter en vorderde op basis van de bedingen duizenden euro’s aan studiekosten.
Functie-eisen in vacature en gewenste kwaliteitsbasis
De rechter stelde voorop dat een werkgever scholing die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie kosteloos moet aanbieden, en daarvan was bij de opleiding ‘Helpende’ sprake. De scholing sloot namelijk aan bij de functie-eisen in de vacature en de gewenste kwaliteitsbasis van de werkgever. Ook het extra certificaat werd aangemerkt als noodzakelijke scholing, omdat dit nodig is om zelfstandig extra vaardigheden te mogen verrichten die bij de functie ‘helpende’ horen. In dit geval was het certificaat een logisch verlengstuk van de opleiding. De studiekostenbedingen waren dan ook ongeldig en de werkgever kon de daarop gebaseerde studiekosten niet terugvorderen.
Belang bij doorgroei en behoud
De vervolgopleiding ‘Verzorgende IG’ was volgens de rechter eveneens noodzakelijke scholing: de werkgever had structureel behoefte aan de functie, stuurde de opleidingskeuze (het versnelde traject) én had belang bij doorgroei en behoud. Dat het initiatief deels bij de werknemer lag en dat de cao een studiekostenregeling bevatte, deed hieraan niet af. De werkgever had ook deze opleiding kosteloos moeten aanbieden, en het daarop betrekking hebbende studiekostenbeding was dus ook ongeldig.
Transparante terugbetalingsregeling zonder boete-elementen
Beperk een studiekostenbeding (toolbox) dan ook tot niet-noodzakelijke scholing, zoals vrijwillige verdieping buiten de kern van de functie. Documenteer expliciet waarom dit niet noodzakelijk is, bied reële keuzevrijheid en voorkom inhoudelijke sturing. Sluit voor niet-noodzakelijke scholing een afzonderlijk, helder en evenwichtig studiekostenbeding met transparante terugbetalingsregeling (tool), gekoppeld aan tijd en behaalde resultaten, en zonder boete-elementen. Overweeg ook alternatieven, zoals een ontwikkeltraject. Structurele doorgroei binnen schaarse functies wordt al snel als noodzakelijk gezien.
Rechtbank Oost-Brabant, 5 februari 2026, ECLI (verkort): 857.
Dit nieuwsartikel is geschreven door Seliz Demirci, advocaat arbeidsrecht bij GMW Advocaten, tel.: 070 361 50 48,
e-mail: [email protected]