U bent hier

Onderneming & Salaris
Werknemer mocht niet vier dagen van negen uur werken

Werknemer mocht niet vier dagen van negen uur werken

Een werknemer kan zijn werkgever verzoeken om een andere spreiding van zijn arbeidsuren. De werkgever mag de gewenste spreiding wijzigen als zijn belang hierbij zwaarder weegt dan het belang van de werknemer. Dat was zo in een recente zaak bij Rechtbank Overijssel.

Een verkoopmedewerker verzocht zijn werkgever om zijn arbeidsduur te verminderen van 40 uur per week naar 36 uur per week, en om die uren te verdelen over vier dagen in plaats van vijf. Met het eerste verzoek stemde de werkgever in (tool), met het tweede niet. Wel kreeg de werknemer de optie aangeboden om afwisselend een vierdaagse werkweek en een vijfdaagse werkweek te werken, met werkdagen van acht uur. Ook kon de werknemer zijn arbeidsduur nog verder terugbrengen naar 32 uur per week, zodat hij wekelijks een dag vrij zou zijn. Beide voorstellen weigerde de werknemer.

Voorwaarden voor wijzigen arbeidsduur

De werknemer stapte naar de kantonrechter om alsnog negenurige werkdagen af te dwingen. De rechter verduidelijkte dat een werkgever een schriftelijk verzoek om aanpassing van de arbeidsduur of werktijden in principe moet toewijzen, tenzij er ‘zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen’ zijn die zich daartegen verzetten. Dit staat in de Wet flexibel werken (artikel). De werkgever had ingestemd met het verzoek. Voorwaarden voor zo’n verzoek zijn onder meer dat de werknemer minimaal 26 weken in dienst is op het moment dat de wijziging moet ingaan en hij in de 12 maanden vóór het verzoek niet eerder heeft verzocht om een andere arbeidsduur.

Werknemer wilde een betere werk-privébalans

In de Wet flexibel werken staat ook dat de werkgever de gewenste spreiding van de arbeidsuren alleen mag wijzigen als zijn belang hierbij zodanig is dat de wens van de werknemer naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken. De werknemer wilde graag vier dagen werken voor een betere werk-privébalans en meer mentale rust. Omdat vier dagen van acht uur financieel niet haalbaar was, wilde hij negen uur per dag werken.
Volgens de werkgever zou een werkdag van meer dan acht uur onder meer kunnen leiden tot organisatorische en roostertechnische problemen, mentale en fysieke overbelasting en verminderde productiviteit en kwaliteit. Die negatieve bijwerkingen zouden nog groter kunnen zijn als collega’s het voorbeeld van de werknemer zouden volgen, wat zou kunnen als het verzoek van de werknemer was ingewilligd (precedentwerking).

Werkgever had werknemer alternatieven geboden

De rechter oordeelde dat de werkgever zijn belang bij een werkdag van maximaal acht uur voldoende had onderbouwd en dat dit belang zwaarder woog dan het belang van de werknemer bij een negenurige werkdag. Hierbij woog de rechter mee dat de werkgever de werknemer voor een betere werk-privébalans en meer mentale rust alternatieven had geboden om minder te werken, zonder (een grote) teruggang in salaris. Dat de werknemer het ‘overzichtelijker’ vond om elke week een dag vrij te zijn in plaats van eens per twee weken, maakte geen verschil.
Rechtbank Overijssel, 17 maart 2026, ECLI (verkort): 1499