Afwaardering lening aan eigen bv? Let op de zakelijkheid!
Een recente uitspraak van Gerechtshof ’s-Hertogenbosch laat zien waarom de Belastingdienst wel eens ingrijpt bij aangiftes van dga’s die geld lenen aan hun eigen bv. Zo’n lening voelt namelijk vaak aan als ondernemingsrisico, maar fiscaal ligt dat een stuk genuanceerder. Vooral als de bv er financieel slecht voor staat kijkt de fiscus kritisch naar de vraag: is de lening wel zakelijk?
Voor veel dga’s is het niet ongebruikelijk om privévermogen in de bv te steken, bijvoorbeeld om liquiditeitsproblemen (artikel) op te vangen. Fiscaal is dan van belang of sprake is van een zakelijke lening. Alleen bij een zakelijke lening kan een eventueel verlies – zoals een afwaardering – onder voorwaarden ten laste van het inkomen komen. De Belastingdienst beoordeelt dit soort situaties aan de hand van wat de omstandigheden zijn: zou een onafhankelijke derde onder dezelfde voorwaarden ook geld hebben uitgeleend? Is dit niet het geval, dan is al snel sprake van een onzakelijke lening (artikel), zoals ook blijkt uit onderstaande zaak.
Flinke afwaardering
Een dga verstrekte privégeld aan zijn bv, dat later werd omgezet in een achtergestelde lening van ruim € 364.000. Toen de bv in zwaar weer terecht kwam, nam de dga de supermarkt in privé over. Daarbij bleef een vordering openstaan van € 445.170. De dga waardeerde deze vordering volledig af en wilde het verlies aftrekken als verlies uit onderneming in box 1 van de inkomstenbelasting. De Belastingdienst weigerde die aftrek – en kreeg daarin gelijk van het hof. De dga had namelijk een debiteurenrisico aanvaard dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen, de lening was dus onzakelijk. Daarbij speelden meerdere factoren:
- de bv had een aanzienlijk negatief eigen vermogen;
- er waren geen activiteiten meer, dus ook geen inkomstenbron;
- er waren geen zekerheden gesteld om de lening te beschermen;
- een aflossingsschema ontbrak;
- er waren verder geen plannen voor nieuwe bedrijfsvoering of herstel van de bv.
Ook geen aftrek via andere route
De dga probeerde het verlies nog op een andere manier in aftrek te brengen, namelijk via het resultaat uit overige werkzaamheden. Ook dat liep op niets uit. Een groot deel van de vordering ging namelijk teniet door vermenging: de schuldeiser en schuldenaar werden bij de overname dezelfde persoon. Voor het resterende deel oordeelde het hof dat eveneens sprake was van een onzakelijke lening. Een beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde verder ook niet, omdat er geen concrete toezeggingen van de Belastingdienst waren.
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 28 januari 2026, ECLI (verkort) 83.