Conceptvoorstel Verzamelwet SZW 2027 ter consultatie
Het kabinet wil het loonbegrip in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) inperken. Sommige bestanddelen tellen straks niet meer mee. Dit staat in het concept van het voorstel Verzamelwet SZW 2027. Er staan ook andere, kleinere aanpassingen in de WML in.
Na de invoering van het minimumuurloon per 1 januari 2024 wil het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) nu een aantal aanpassingen doorvoeren en fouten rechtzetten in de WML. Het gaat om de volgende punten:
- het begrip ‘basisloon’ wordt geïntroduceerd, met daarbij een niet-limitatieve opsomming van wat hier niet toe hoort (zie hieronder);
- voor de minimumvakantiebijslag blijft wel het huidige loonbegrip gelden en niet het nieuwe basisloon. Over bijvoorbeeld ploegentoeslag, overwerkvergoeding en fooien is dan nog steeds vakantiebijslag verschuldigd;
- een vaste beloning per maand bij een vaste overeengekomen arbeidsduur per week kan straks ook zijn opgenomen in een ‘schriftelijke overeenkomst van opdracht en andere overeenkomsten’. Deze stonden per ongeluk niet in het rijtje van overeenkomsten;
- een fout over het minimumloon bij meerwerk wordt hersteld (zie hieronder).
Basisloonbegrip van het minimumuurloon
Het loonbegrip van artikel 6 WML wordt opnieuw vastgesteld, waarbij de term ‘basisloon’ wordt geïntroduceerd. Het basisloon is de geldelijke inkomsten uit hoofde van de dienstbetrekking, met uitzondering van aanvullende of variabele componenten. De huidige limitatieve opsomming wordt dynamischer.Hierdoor vallen bijvoorbeeld ook niet onder het loon: onregelmatigheidstoeslag, de dertiende maand, bonussen, toeslagen voor arbeid op zon- en feestdagen, overwerkvergoedingen, opleidingsvergoedingen enz. Ook beloningen van derden – zoals fooien – kunnen niet worden meegerekend om tot het basisloon te komen. De werkgever kan daarom niet een basisuurloon hanteren dat lager ligt dan het bedrag van het minimumuurloon van artikel 8 WML door het aan te vullen met zulke aanvullende of variabele componenten. Ongeacht welke naam hij eraan geeft.
Meerwerk tegen het minimumuurloon
In het conceptvoorstel herstelt de minister van SZW een fout in de wet. Nu staat er onbedoeld dat élk uur meerwerk apart minimaal het minimumuurloon moet opleveren, ook als een werknemer al ruim boven het minimumloon verdient. Dit wordt gecorrigeerd. Voortaan geldt (weer) dat het totale loon over alle gewerkte uren (reguliere uren én meerwerk samen) gemiddeld minimaal het minimumuurloon moet bedragen. Werknemers die al meer verdienen dan het minimumloon hoeven dus niet per se voor elk uur meerwerk apart het minimumuurloon uitbetaald te krijgen. De mogelijkheid om meerwerk te compenseren met betaalde vrije tijd blijft hetzelfde.
Een voorbeeld: een werknemer verdient het minimumloon, heeft een overeengekomen arbeidsduur van 40 uur per week en krijgt wekelijks uitbetaald. In een week werkt hij 44 uur (4 uur meerwerk = 10% extra). Het minimumloon wordt evenredig vermeerderd tot 110%. Omdat de werknemer precies het minimumloon verdient, heeft hij recht op uitbetaling van die 4 uur meerwerk tegen minimaal het minimumuurloon.
Het voorstel Verzamelwet SZW 2027 staat online ter internetconsultatie. Geïnteresseerden kunnen tot 23 april 2026 reageren.