U bent hier

Onderneming & Fiscus
HR: ook bij massaal bezwaar tijd voor verdeling partners box 3

HR: ook bij massaal bezwaar tijd voor verdeling partners box 3

Ook na een massaalbezwaarprocedure moeten belastingplichtigen nog zes weken de tijd krijgen om de inkomensverdeling tussen partners in box 3 te wijzigen. Dat antwoordt de Hoge Raad (HR) op vragen van de rechtbank. De Belastingdienst had eerder een verzoek om de inkomensverdeling nog te wijzigen geweigerd.

Fiscale partners kunnen in de aangifte bij het inkomen in box 3 van de inkomstenbelasting tot op zekere hoogte zelf kiezen wat fiscaal gezien de meest gunstige onderlinge verdeling is. Zij mogen deze toerekening nog aanpassen tot het moment dat de aanslagen onherroepelijk vaststaan. Dat zal in de meeste gevallen zo zijn als de bezwaartermijn (stappenplan) voor een aanslag is verlopen. De bezwaartermijn is zes weken en start op de datum van de dagtekening van de aanslag.

Massaal bezwaar box 3

De Hoge Raad moest zich nu op verzoek van de rechtbank uitlaten over de vraag hoeveel ruimte er nog is voor de inkomensverdeling in box 3 na een zogeheten massaalbezwaarprocedure. In zo'n procedure wordt kort gezegd een oordeel gevraagd over een rechtsvraag, en de uitkomst daarvan geldt dan meteen voor alle bezwaren die over die rechtsvraag gaan. Als er een collectieve uitspraak is gedaan over de bezwaren, staan de aanslagen op dat moment onherroepelijk vast. Dan is het dus ook niet meer mogelijk om de inkomensverdeling in box 3 nog aan te passen.

Fiscus wijst verdelingsverzoek af

De Haagse rechtbank wilde van de Hoge Raad weten of belastingplichtigen in zo'n geval toch nog de inkomensverdeling mogen wijzigen. In een zaak bij de rechtbank had een belastingplichtige namelijk aangevoerd dat die regels te strikt zijn in het geval van een massaalbezwaarprocedure. Deze man had een bezwaar ingediend dat was meegegaan in een massaalbezwaarprocedure voor box 3. De staatssecretaris van Financiƫn wees in februari 2022 alle bezwaren in deze procedure toe , waardoor de aanslag dus onherroepelijk vaststond.
Vervolgens kreeg de man in juli 2022 een verminderingsbeschikking van de inspecteur. Dat was voor de man weer aanleiding om de fiscus te verzoeken de inkomensverdeling tussen hem en zijn partner nog aan te passen. De inspecteur wees erop dat de aanslag inmiddels al onherroepelijk vaststond en merkte het aan als een verzoek om ambtshalve vermindering. Dat verzoek wees de inspecteur af, net als het bezwaar dat de man hierop vervolgens indiende.

Zes weken voor verdeling

Eerder had advocaat-generaal (A-G) Koopman de Hoge Raad al geadviseerd om belastingplichtigen in dit soort gevallen meer tijd te geven voor de inkomensverdeling. Want op het moment dat de Hoge Raad een oordeel velt in de massaalbezwaarprocedure weet de belastingplichtige nog niet waar diegene aan toe is, aldus de A-G. Pas als de verminderingsbeschikking daadwerkelijk op de mat ploft, kan de belastingplichtige zelf gaan rekenen met het verdelen van het inkomen. Maar tegen die tijd is de termijn voor het wijzigen van de verdeling al verlopen.

Termijn start als beschikking binnen is

De Hoge Raad koos dezelfde lijn voor de antwoorden aan de rechtbank in Den Haag. De Hoge Raad wees er (net als de A-G) op dat er ook een uitzondering geldt voor individuele belastingplichtigen die procederen tot aan de Hoge Raad. Zij krijgen na het oordeel van de Hoge Raad nog zes weken de tijd om de inkomensverdeling aan te passen. Wat de Hoge Raad betreft moet die termijn ook toegepast worden in massaalbezwaarprocedures. Als de inspecteur in zo'n collectieve uitspraak (deels) in het ongelijk wordt gesteld, krijgen fiscale partners zes weken de tijd om de inkomensverdeling nog aan te passen. Die termijn start op het moment dat de belastingplichtige de verminderingsbeschikking ontvangt. De rechtbank in Den Haag kan aan de hand van deze antwoorden nu uitspraak gaan doen in bovenstaande zaak.
Hoge Raad, 27 maart 2026, ECLI (verkort): 495