OR heeft rol bij scheve beloningsverhouding
Beloningsbeleid hoort verantwoord, rechtvaardig en transparant te zijn. Dat betekent ook dat de beloning van het bestuur of de aandeelhouders en die van de werknemers in verhouding moet zijn. Dat die verhouding erg scheef kan zijn, bleek recentelijk bij KLM.
Vorig jaar verdiende president-directeur van KLM Marjan Rintel 30% meer dan in 2024. Haar basissalaris bedroeg € 600.000, maar door onder meer bonussen en aandelen kwam haar beloning in 2025 uit op bijna € 1,6 miljoen. Dit blijkt uit het jaarverslag 2025 van de luchtvaartmaatschappij. De beloning van Rintel staat in schril contrast met de beloning van het grondpersoneel, dat er in twee jaar tijd 3,25% meer loon bij krijgt.
Staat gaat bezwaar maken tegen stijgende bonussen van KLM-top
Minister Heinen van Financiën noemde deze beloning van de KLM-topvrouw ‘ongepast’. De luchtvaartmaatschappij verkeert immers al enige tijd in een roerige periode en vroeg het personeel om loonmatiging. Als het bestuur een financieel offer vraagt van het personeel, moet je dat samen dragen, aldus de minister. Hij gaat daarom namens de Nederlandse staat, die aandeelhouder is van KLM en moederbedrijf Air France-KLM, bij de komende aandeelhoudersvergadering bezwaar maken tegen de stijgende bonussen van de KLM-top.
OR kan invloed uitoefenen op het beloningsbeleid
De scheve beloningsverhoudingen bij KLM staan niet op zichzelf. In veel organisaties zijn de verschillen in beloning van de top en de werkvloer groot. Hier ligt een belangrijke taak voor de OR. De Wet op de ondernemingsraden (WOR) geeft de OR namelijk verschillende mogelijkheden om invloed uit te oefenen op het beloningsbeleid (infographic) van de organisatie. Ook in het kader van de invoering van de Wet loontransparantie, die uiterlijk 1 januari 2027 in werking treedt, zijn beloningsverhoudingen in de organisatie een belangrijk aandachtspunt voor de OR. Deze wet verplicht organisaties immers om een eerlijk beloningsbeleid te voeren en transparant te zijn over het gevoerde beleid.
Gesprek tussen OR en bestuurder over beloningsverhoudingen vaak verplicht
De OR kan de beloningsverhoudingen op ieder moment op de agenda zetten voor het overleg met de bestuurder (artikel 23 WOR). In organisaties met 100 werknemers of meer is een gesprek met de OR over de beloningsverhoudingen zelfs elk jaar verplicht (verdiepingsartikel). De OR heeft recht op alle informatie die hij hierbij redelijkerwijs nodig heeft (artikel 31 WOR). Bij organisaties met minimaal 100 werknemers en een jaaromzet van € 40 miljoen of meer heeft de OR ook recht op informatie over de beloningsverhoudingen (artikel 31d en artikel 31e WOR). De bestuurder moet de beloningsstructuur kunnen verklaren. Zo moeten de verschillen in beloning in verhouding zijn tot de zwaarte van de functie en mag er geen sprake zijn van ongelijke behandeling tussen bijvoorbeeld mannen en vrouwen in de organisatie.
OR heeft instemmingsrecht bij belonings- en functiewaarderingssysteem
Iedere OR heeft bovendien instemmingsrecht bij het intrekken, invoeren of wijzigen van een regeling op het gebied van een belonings- of een functiewaarderingssysteem (artikel 27, lid 1c WOR). Daarmee kan de OR ook bijdragen aan een eerlijk(er) beloningsbeleid. De OR kan daarnaast gebruikmaken van zijn initiatiefrecht (artikel 23, lid 3 WOR) om de bestuurder ongevraagd te adviseren over de beloningsstructuur in de organisatie. De bestuurder is dan verplicht om dit voorstel minimaal één keer inhoudelijk met de OR te bespreken en de OR een goede onderbouwing te geven als hij het voorstel niet overneemt.