Tips voor een eerste managersfunctie
Je hebt een nieuwe functie en gaat voor het eerst leidinggeven. Of dat nu op een plek is waar je al werkzaam bent of dat je ergens nieuw binnenkomt: je nieuwe baan vraagt om een andere professionele houding.
Medewerkers die een grapje met een collega willen uithalen dat eigenlijk niet helemaal door de beugel kan: opeens moet je er ‘iets van vinden’. Of je valt in een web van kantoorintriges, krijgt te maken met medewerkers die eigenlijk jouw baan wilden of je moet als vrouw archaïsch ingestelde mannen gaan managen die niet gediend zijn van de andere sekse boven zich. Lastig? Zeker. Maar ook als nieuwbakken leidinggevende kun je de kantoorjungle overleven.
Andere rol als leidinggevende
Als leidinggevende vervul je een andere rol dan als collega. Puur praktisch houdt het in dat je niet meer altijd meeloopt tijdens de lunchwandeling en je krijgt niet meer alle werkgerelateerde zaken op de werkvloer te horen. Blijf wel gewoon oog houden voor het collegiale aspect: vraag waarom die ene medewerker een huilbui had en informeer naar de zieke vader van de andere medewerker. Dat geeft inzicht en zo kun je eerder ingrijpen als er iets mis dreigt te gaan.
Fouten maken mag
Stel je open en enigszins kwetsbaar op. Wanneer je een fout maakt, geef dat dan ook eerlijk toe. Dat komt krachtiger over dan altijd maar onfeilbaar willen zijn. Maar roep niet steeds dat je het niet weet. Dat komt niet bepaald daadkrachtig over. Medewerkers willen geleid worden door iemand die richting kan geven, die ze kunnen vertrouwen en die ze enthousiasmeert.
Delegeren hoort erbij
In je nieuwe functie ben je niet meer uitvoerend bezig, maar leidend. Je bent niet meer alleen bezig met het uitvoeren van je eigen taak, maar ook of je medewerkers hun taken wel goed uitvoeren. Delegeren hoort daar ook bij. Dat houdt in: deels loslaten en medewerkers het op hun eigen manier laten doen. Dat kan moeilijk zijn omdat je wellicht zelf een expert bent op een bepaald gebied. Maar je bent nu verantwoordelijk voor een hele afdeling, en je kunt niet alle gaatjes dichtlopen. Laat je medewerkers dingen uitproberen, fouten maken en leren.
Neem de tijd
Neem ook de tijd om te wennen aan je nieuwe rol en aan de organisatie. Voer kennismakingsgesprekken met je medewerkers en vraag desnoods om een mentor die je de eerste tijd begeleidt. Houd een realistisch beeld voor ogen voor wat je de eerste maanden kunt doen en ren jezelf niet voorbij. Ga er maar alvast vanuit dat je soms impopulaire beslissingen zult moeten maken, dat scheelt een hoop stress.