U bent hier

Onderneming & Administratie
Raad van State: pas wetsvoorstel loontransparantie aan

Raad van State: pas wetsvoorstel loontransparantie aan

De Raad van State is kritisch op het wetsvoorstel dat gelijke beloning voor mannen en vrouwen moet bevorderen. De kritiek richt zich op de effectiviteit en uitvoerbaarheid van de maatregelen, maar ook op de toelichting erbij. Het adviesorgaan adviseert het wetsvoorstel aan te passen.

Het voorstel voor de Wet implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen (artikel) vloeit voort uit de in 2023 aangenomen Europese richtlijn over beloningstransparantie. Deze heeft als doel om gelijke beloning voor mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid te bevorderen. Lidstaten van de Europese Unie moeten de richtlijn eigenlijk uiterlijk 7 juni 2026 hebben omgezet in nationale wet- en regelgeving, maar die datum blijkt niet haalbaar voor Nederland. Het wetsvoorstel moet nu uiterlijk 1 januari 2027 in werking treden.

Meer aandacht voor gevolgen voor werkgevers

Als het aan de Raad van State (RvS) ligt, wordt (de toelichting op) het wetsvoorstel op enkele punten aangescherpt, voordat het aan de Tweede Kamer wordt aangeboden. Het adviesorgaan onderschrijft het belang van gelijke beloning voor mannen en vrouwen, maar vindt dat er meer aandacht mag zijn voor de aanzienlijke gevolgen van de maatregelen in het wetsvoorstel voor met name werkgevers. Ook ontbreekt er in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel een realistische uiteenzetting van de effectiviteit en uitvoerbaarheid van de maatregelen.

Onduidelijke gevolgen van uitstel

De RvS adviseert om bepaalde keuzes beter of überhaupt te motiveren. Bijvoorbeeld: de EU-richtlijn maakt het mogelijk om de verplichte periodieke loonrapportages van werkgevers met minimaal 100 werknemers voor een groot deel door een overheidsorgaan te laten opstellen om zo de administratieve lasten te beperken. Deze optie komt echter niet terug in het wetsvoorstel, maar het is niet helemaal duidelijk waarom. In de toelichting ontbreekt ook wat de gevolgen zijn van het niet halen van de oorspronkelijke implementatiedatum van 7 juni 2026. De richtlijn biedt werkgevers met 150 werknemers of meer namelijk niet de ruimte om af te wijken van de uiterste datum voor de eerste loonrapportage, maar dat is wel het gevolg van het uitstel. Daarom wordt er, als het aan de RvS ligt, aangesloten bij de datum uit de richtlijn.

Advies van Raad van State is niet bindend

Daarnaast adviseert de RvS het kabinet om zo snel mogelijk te verduidelijken bij welk toezichtsorgaan rapportageplichtige werkgevers moeten rapporteren over de beloningsverhoudingen in de organisatie en hoe deze werkgevers over non-binaire werknemers moeten rapporteren. Ook zijn de waarborgen rond privacy volgens de RvS onvoldoende uitgewerkt, omdat onvoldoende duidelijk is hoe misbruik van herleidbare loongegevens wordt voorkomen. Het kabinet is niet verplicht om het advies over te nemen. Het is dus de vraag wat er nu met het wetsvoorstel gaat gebeuren. Werkgevers doen er goed aan dit in de gaten te houden om zich tijdig te kunnen voorbereiden op de nieuwe wetgeving.