U bent hier

Onderneming & Administratie
Voorstel voor de Wet meer zekerheid flexwerkers aangepast

Voorstel voor de Wet meer zekerheid flexwerkers aangepast

De Tweede Kamer heeft een aantal amendementen aangenomen die het voorstel voor de Wet meer zekerheid flexwerkers wijzigen. Vooral voor uitzendkrachten en scholieren en studenten verandert er het nodige.

Het voorstel voor de Wet meer zekerheid flexwerkers bevat uiteenlopende maatregelen voor flexwerkers, zoals een verbod op nulurencontracten, een langere tussenpoos voor het doorbreken van de keten van tijdelijke contracten en een recht op gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten. Onlangs werd bekend dat het onderdeel dat gaat over gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten op zijn vroegst per 1 januari 2027 in werking kan treden. Voor de overige onderdelen is 1 januari 2028 de nieuwe beoogde ingangsdatum. De Tweede Kamer stemt op 12 mei over het wetsvoorstel.

Vergoeding voor overnemen uitzendkracht aan banden gelegd

Aangenomen amendementen wijzigen het wetsvoorstel op een aantal punten. Zo moet een werknemer drie jaar uit dienst zijn voordat de werkgever hem opnieuw in tijdelijke dienst kan nemen. Momenteel is de termijn om de keten van tijdelijke contracten te doorbreken nog zes maanden en in het oorspronkelijke wetsvoorstel zelfs vijf jaar.
Een andere wijziging is dat uitzendkrachten bij ziekte worden doorbetaald, ook als zij een uitzendbeding hebben en doorbetaling niet geregeld is via de cao. Nu kan een zieke uitzendkracht in dat geval direct zijn inkomen verliezen. Daarnaast worden de vergoedingen voor het in dienst nemen van uitzendkrachten na een inleenperiode aan banden gelegd. Bij ministeriële regeling kan hiervoor een bovengrens worden vastgesteld. Tot slot wat betreft de uitzendkrachten: de mogelijkheid om per cao af te wijken van het beginsel van gelijke beloning wordt ingekaderd. Er kunnen per Algemene maatregel van bestuur arbeidsvoorwaarden worden aangewezen waarbij níét mag worden afgeweken van dit beginsel.

AOW’er mag op basis van nulurencontract werken

AOW-gerechtigden mogen op basis van een nulurencontract blijven werken. Het wetsvoorstel bood die uitzondering al voor scholieren en studenten met een bijbaan (maximaal 16 uur per week) en daar komen de AOW’ers nu bij. Voor scholieren en studenten wijzigt ook het een en ander. Zo kunnen ze niet alleen met een geldig bewijs van inschrijving aan een onderwijsinstelling aantonen dat ze scholier of student zijn, maar met alle wettelijke bewijsmiddelen (zoals een studentenkaart of bewijs van studiefinanciering). Verder wordt het urencriterium van maximaal 16 uur per week ook toegepast op de uitzondering van scholieren en studenten op de ketenregeling. In het oorspronkelijke wetsvoorstel was dit maximaal 12 uur per week.