U bent hier

Onderneming & Personeel
Werkgever was achteraf toch vakantiegeld verschuldigd

Werkgever was achteraf toch vakantiegeld verschuldigd

Werknemers hebben jaarlijks recht op vakantiegeld van ten minste 8% van het loon. Het is onder voorwaarden mogelijk om vakantiegeld maandelijks uit te betalen als onderdeel van het loon, maar dan moet je organisatie dit wel duidelijk vastleggen. Anders stappen werknemers mogelijk naar de rechter, met alle gevolgen van dien.

De rechtszaak in kwestie ging over een geschil tussen werkgever en een ex-werkneemster die hier van 2016 tot en met 2019 en van 2020 tot en met 2024 werkte. Nadat de werkneemster en collega’s de werkgever meermaals wezen op het feit dat ze geen vakantiegeld (officieel vakantiebijslag) ontvingen en hier geen verandering in kwam, stapte de werkneemster naar de rechter en eiste ze alsnog uitbetaling van het verschuldigde vakantiegeld (artikel).

Vakantiegeld onderdeel van loon?

De werkgever stelde dat de werkneemster tijdens haar dienstverbanden het overeengekomen loon ontvangen had, waarin het vakantiegeld al was opgenomen. Volgens de rechter waren er echter aanwijzingen dat het vakantiegeld niet in het loon was opgenomen. Dit bleek onder andere uit communicatie van de werkgever.
Ook stond niet duidelijk in de arbeidsovereenkomst dat het loon inclusief vakantiegeld was en was dit ook niet gespecificeerd op de loonstroken. De rechter oordeelde dan ook dat de werkgever op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) alsnog het vakantiegeld aan de werkneemster moest betalen.

Voldaan aan de klachtplicht

De werkgever ging niet in tegen het verschuldigde bedrag, maar stelde wel dat een deel van de claim verjaard was en dat de werkneemster niet aan de klachtplicht had voldaan. De rechter gaf de werkgever gelijk in gedeeltelijke verjaring van de claim, specifiek voor het eerste dienstverband van de werkneemster. Wettelijk gezien verjaart een vordering tot schadevergoeding na vijf jaar, tenzij tijdig sprake is van stuiting via een schriftelijke aanmaning of mededeling. De (collectieve) berichten die de werkgever ontving over het niet betalen van het vakantiegeld, waren volgens de rechter niet voldoende om als ‘stuitingshandeling’ te gelden.
De werkneemster had volgens de rechter wel aan de klachtplicht (artikel) voldaan, via diezelfde berichten. Het beroep op schending van de klachtplicht faalde daarom. Uiteindelijk oordeelde de rechter dat de werkgever ruim € 14.000 bruto aan gemiste vakantiebijslag over het laatste dienstverband van de werkneemster verschuldigd was. Verder moest de werkgever onder andere de wettelijke verhoging en rente en de proceskosten betalen.

Rechtbank Den Haag, 30 april 2026, ECLI (verkort): 104760