U bent hier

Onderneming & Administratie
Terugvragen buitenlandse BTW toch nog op de ‘oude’ manier

Terugvragen buitenlandse BTW toch nog op de ‘oude’ manier

De Belastingdienst heeft een plan klaar om minder afhankelijk te worden van een kleine groep technologieleveranciers. Die aanpak heeft ook impact op IT-projecten die nu al lopen, zoals de modernisering van het BTW-systeem. En dat heeft weer tot gevolg dat een nieuwe procedure voor het terugvragen van buitenlandse BTW toch niet per 1 juli 2026 in kan gaan.

Ondernemers die in een ander EU-land BTW hebben betaald, mogen die niet in aftrek brengen in de BTW-aangifte. Maar zij kunnen onder voorwaarden de buitenlandse BTW wel terugvragen (verdiepingsartikel). Dat loopt nu nog via een speciaal portaal van de Belastingdienst, maar dat is aan vervanging toe (dit is het portaal). Ook moeten ondernemers apart inloggegevens aanvragen voor dit platform.

Nieuwe werkwijze BTW-teruggaaf

De Belastingdienst wil dat ondernemers de aanvraag voor de BTW-teruggave in de toekomst gewoon via Mijn Belastingdienst Zakelijk kunnen doen. De 'VAT refund' wordt dan simpelweg een aparte knop onder het kopje BTW. Het was de bedoeling dat deze nieuwe werkwijze per 1 juli 2026 van start zou gaan. Maar die deadline wordt niet gehaald, schrijft staatssecretaris Eerenberg van Financiën in een brief (pdf) aan het parlement. Ondernemers moeten dus voorlopig nog op de oude manier de buitenlandse BTW terugvragen (houd daarbij de deadline van 1 oktober in de gaten), totdat duidelijk is wanneer het nieuwe systeem wel van start kan.

Strategische keuzes

De achterliggende reden van het uitstel doet Eerenberg ook in de brief uit de doeken. Want hoewel de Belastingdienst niet echt een vlekkeloos track record heeft op het gebied van IT, heeft dit uitstel te maken met strategische keuzes. De fiscus moet namelijk de zogenoemde digitale autonomie goed borgen, schrijft Eerenberg. De staatssecretaris wijst op veranderde geopolitieke verhoudingen. En die zetten de afhankelijkheid van ‘een beperkt aantal, vaak niet-Europese, technologieleveranciers’ in een ander licht, ook bij de Belastingdienst.

Fiscus doet zelf beheer en onderhoud

Die andere kijk op digitale autonomie is ook de reden dat er andere afspraken zijn gemaakt met de Amerikaanse leverancier van de BTW-modernisering, Fast Enterprises. Eerst zou die onderneming het beheer en onderhoud van de infrastructuur gaan doen, maar na een nadere analyse blijken daar toch te veel risico’s aan te kleven ‘rondom de vertrouwelijkheid van gegevens en de continuïteit van de dienstverlening’. De Belastingdienst gaat nu zelf het beheer en onderhoud van de infrastructuur doen, en daarnaast zijn er nog meer waarborgen ingebouwd. Daardoor ontstaat dus wel vertraging in de modernisering.

Uitgangspunten digitale autonomie

Om te zorgen dat de fiscus ook in de toekomst ‘zo onafhankelijk mogelijk keuzes kan maken over zijn digitale omgeving’, is een aantal uitgangspunten opgesteld. Zo wil de fiscus voor de primaire processen inzetten op eigen ontwikkeling en beheer, meer zelfbouw van applicaties dus. Ook moet de capaciteit van de eigen datacenters omhoog en laat de Belastingdienst digitale autonomie meer meewegen bij aanbestedingen. Verder wil de fiscus standaard inzetten op zogeheten open source-oplossingen bij de ontwikkeling van nieuwe software. Bij open source is de code achter de software voor iedereen zichtbaar, in plaats van dat de leverancier die voor zichzelf houdt. Zo ontstaan er vaak hele communities voor de verdere ontwikkeling van de software. En voor de Belastingdienst heeft open source als voordeel dat het de afhankelijkheid van leveranciers terugdringt. In het kader van deze koerswijziging houdt de fiscus ook lopende processen en eerdere keuzes tegen het licht.

Geen extra geld beschikbaar

Eerenberg waarschuwt wel dat de Belastingdienst ook met deze aanpak afhankelijk zal blijven van niet-Europese technologie, zeker op het gebied van hardware en infrastructuur. Volledige digitale autonomie ‘is geen realistisch streven’. Ook is er geen extra geld beschikbaar op de begroting om de digitale autonomie van de Belastingdienst te versterken. Dit betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden, en dat er mogelijk ook een herprioritering moet plaatsvinden, aldus de staatssecretaris. Hoe dat gaat uitpakken en of er andere IT-projecten mogelijk langer gaan duren, moet later blijken.