U bent hier

Onderneming & Administratie
Ambtshalve aanslagen blijken achteraf duizenden euro te hoog

Ambtshalve aanslagen blijken achteraf duizenden euro te hoog

De Inspectie belastingen, toeslagen en douane (IBTD) trekt opnieuw aan de bel over ambtshalve aanslagen. Bij zo’n aanslag maakt de Belastingdienst zelf een schatting van het inkomen. Maar uit onderzoek van de IBTD blijkt dat die schatting in veel gevallen te hoog is. Dat is zorgelijk, want dat kan volgens de IBTD mensen dieper in de financiële problemen brengen.

Particulieren en zzp’ers die bijtijds aangifte doen voor de inkomstenbelasting krijgen niet te maken met een ambtshalve aanslag. Die trekt de Belastingdienst namelijk uit de kast voor belastingplichtigen die wel aangifteplichtig zijn, maar toch geen aangifte doen en ook niet reageren op berichten van de fiscus. In dat geval mag de inspecteur zelf een schatting maken van het inkomen en de ambtshalve aanslag daarop baseren.

Redenen voor aangifteverzuim

De onafhankelijke IBTD heeft eerder al aandacht gevraagd voor de inkomensschattingen bij de ambtshalve aanslagen. Want de wet schrijft weliswaar voor dat iemand die aangifteplichtig is ook daadwerkelijk aangifte moet doen. Dat iemand geen aangifte doet, kan doelbewust zijn, maar er kunnen ook plausibele redenen zijn waarom een aangifte uitblijft, zo schetst de IBTD. Denk aan een verminderd ‘doenvermogen’, gezondheidsproblemen of onvoldoende kennis van het belastingstelsel. En dan kan een te hoge schatting van het inkomen met daarbij een verzuimboete (infographic) een belastingplichtige verder in de financiële problemen brengen.

Onterecht geen toeslag

Daarnaast kan een te hoog geschat inkomen gevolgen hebben voor inkomensafhankelijke regelingen. De Belastingdienst legt het inkomen uit de ambtshalve aanslag namelijk vast in de Basisregistratie Inkomen (BRI). Andere overheidsinstanties gebruiken die gegevens weer voor hun eigen regelingen, maar zij kunnen niet zien dat het om een geschat inkomen gaat. Ook bijvoorbeeld de Dienst Toeslagen baseert zich op de BRI. En dan kan het er dus toe leiden dat iemand te weinig (of geen) zorgtoeslag of huurtoeslag krijgt. De IBTD roept de politiek daarom in een brief (pdf) op om het in de BRI wél te laten zien als het gaat om een geschat inkomen. Ook zou de ontvanger van een ambtshalve aanslag uitleg moeten krijgen over mogelijke doorwerking op inkomensafhankelijke regelingen.

Belastingbedrag daalt na aangifte

Als vervolg op eerdere signalen is de inspectie dieper in de ambtshalve aanslagen gedoken. Daarbij heeft de IBTD cijfers opgevraagd bij de Belastingdienst over het belastingjaar 2022. Over dat jaar heeft de fiscus bij 78.600 mensen een ambtshalve aanslag voor de inkomstenbelasting opgelegd. Het gemiddeld te betalen bedrag van al deze aanslagen is € 7.190.
Interessant is dat de IBTD ook onderzocht heeft wat er gebeurt als degene die een ambtshalve aanslag heeft ontvangen alsnog aangifte doet. De Belastingdienst past de aanslag dan aan op basis van de aangifte. Tot aan het peilmoment in april 2026 hebben 13.800 mensen alsnog aangifte inkomstenbelasting gedaan over 2022. Wat blijkt: na de aangifte hoeft zo’n 59% van de belastingplichtigen niets te betalen, of krijgt juist een teruggaaf. De overige 41% moet alsnog betalen, maar vaak minder. Het gemiddelde belastingbedrag daalt namelijk van € 12.609 bij de ambtshalve aanslag naar € 3.958 na de aanpassing. Een daling van twee derde dus. Over de hele groep gezien neemt bij 87% van de mensen die alsnog aangifte doen het belastingbedrag af. Bij 7% blijft het bedrag gelijk, en 7% moet juist méér betalen.

Kwaliteit van schatting inkomen

De cijfers zijn voor de IBTD mede aanleiding om de politiek op te roepen meer zicht te krijgen op de kwaliteit van de inkomensschattingen. De Belastingdienst heeft eerder wel onderzoek gedaan naar de naleving van de werkinstructies rondom ambtshalve aanslagen, en daar verbeterplannen voor opgesteld. Maar de IBTD mist daarbij aandacht voor de kwaliteit van de schattingen. De inspectie wijst erop dat de inspecteur de plicht heeft om een redelijke schatting te doen, en die ook te onderbouwen. Een te hoge schatting kan ‘mensen die van goede wil zijn maar geen aangifte (kunnen) doen, extra hard raken’, schrijft de IBTD. Zeker omdat bij het betwisten van een te hoge ambtshalve aanslag de bewijslast (verdiepingsartikel) wordt omgekeerd en verzwaard. Simpel gezegd: het is dan aan de belastingplichtige om overtuigend te laten zien dat het geschatte inkomen niet klopt. Dit kan voor sommige mensen een te hoge drempel zijn.