Let op de BTW bij verhuur van een vakantiehuis!
Het kopen en verhuren van een vakantiewoning kan zorgen voor een extra inkomstenstroom, en het is natuurlijk ook een fijn adres om zelf even uit te puffen. Maar zo’n investering heeft verschillende fiscale gevolgen. Wat zijn belangrijke aandachtspunten voor de BTW?
Een vakantiewoning kopen heeft verschillende fiscale gevolgen. Zo valt een Nederlands vakantiehuis voor de inkomstenbelasting in box 3. De heffing wordt nu nog gebaseerd op de WOZ-waarde van het vakantiehuis, maar dat gaat waarschijnlijk veranderen in het nieuwe stelsel dat per 2028 in werking zou moeten treden.
Kiezen voor BTW-belaste koop
Voor de BTW is allereerst de vraag of het vakantiehuis verhuurd wordt. Als de eigenaar de woning alleen gebruikt om zelf vakantie te vieren, is er ook geen sprake van een economische activiteit en blijft de BTW achterwege.
De BTW-vraag speelt al bij het aankopen van een vakantiehuis. In principe is die koop namelijk niet belast met BTW, maar je mag daar onder voorwaarden wél voor kiezen. Dat kan fiscaal gezien gunstig zijn, want dan kun je de betaalde BTW in elk geval deels in aftrek brengen. En dat geldt ook voor de BTW op kosten die je maakt voor het vakantiehuis, zoals onderhoudskosten. Let wel: als het gaat om een vakantiehuis dat minder dan 2 jaar oud is, heb je geen keuze. Dan is de levering namelijk verplicht belast met 21% BTW.
Verhuur vakantiehuis: 21% BTW
Als de vakantiewoning wordt verhuurd, is de vervolgvraag of de fiscus dat ziet als de ‘exploitatie van een vermogensbestanddeel om er duurzaam opbrengsten’ uit te halen. Hiervoor wordt wel geregeld als richtlijn genoemd dat de vakantiewoning meer dan 140 dagen in een jaar verhuurd moet zijn, maar dat is geen harde ondergrens. Het kan handig zijn om hier zekerheid over te krijgen van de Belastingdienst. Want als het inderdaad gaat om de exploitatie van een vermogensbestanddeel, moet de belastingplichtige sinds 2026 ook 21% BTW rekenen op de verhuur (was tot 2026 nog 9%).