U bent hier

Onderneming & Administratie
Groter deel van de winst gaat op aan loonkosten

Groter deel van de winst gaat op aan loonkosten

Ondernemingen zien een steeds groter deel van hun winst naar arbeidskosten gaan. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat de verhouding tussen de beloning van arbeid en de bedrijfswinsten in 2025 is verschoven.

De arbeidsinkomensquote (aiq) van de marktsector steeg licht van 70,4% naar 70,6%. Simpel gezegd betekent dit dat een iets groter deel van wat bedrijven verdienen terechtkomt bij werknemers en zelfstandigen. Volgens het CBS komt dit doordat de beloning van arbeid sneller is gestegen dan de winsten van ondernemingen.

De balans tussen winst en arbeidskosten

De aiq laat zien hoe het inkomen dat ondernemingen gezamenlijk verdienen wordt verdeeld. Een deel gaat naar arbeid, bijvoorbeeld in de vorm van lonen (artikel) en vergoedingen voor zelfstandigen. Wat daarna overblijft, vormt de winst van bedrijven. Voor een individuele bv zegt de aiq niet direct hoeveel winst er wordt gemaakt. Wel geeft het cijfer een beeld van de ontwikkelingen waar ondernemers mee te maken hebben. Als arbeidskosten sneller stijgen dan bedrijfswinsten, kan dat bijvoorbeeld druk zetten op marges en de ruimte om te investeren.

Lonen en winsten bewegen niet overal hetzelfde

De ontwikkeling verschilt sterk per sector. Zo steeg de aiq in de sectoren informatie en communicatie, landbouw, bosbouw en visserij en de sector cultuur, sport en recreatie. In onder meer de industrie, handel, energievoorziening en bouwnijverheid daalde de aiq juist. Dat verschil heeft te maken met de manier waarop ondernemingen hun geld verdienen. Ondernemingen die vooral afhankelijk zijn van personeel hebben meestal een hogere aiq. Ondernemingen die veel werken met machines, technologie of andere kapitaalgoederen zijn vaak minder afhankelijk van arbeid en houden daardoor relatief meer over als winst.

Lange termijn laat ander beeld zien

Hoewel de aiq de afgelopen twee jaar weer iets is opgelopen, ligt deze nog altijd flink lager dan vroeger. In 1995 ging nog ruim 81% van het verdiende inkomen in de marktsector naar arbeid. Inmiddels ligt dat aandeel rond de 70%.
Over een langere periode zijn de verschillen tussen sectoren behoorlijk groot. Zo kreeg arbeid in de chemische industrie de afgelopen dertig jaar juist een groter aandeel van het inkomen. In de reisbranche sloeg de balans de andere kant op: daar groeiden de bedrijfswinsten juist veel sneller dan de beloning van arbeid.