Modernisering concurrentiebeding naar Raad van State
Minister Vijlbrief van SZW heeft het voorstel voor de Wet modernisering concurrentiebeding naar de Raad van State gestuurd. Het wetsvoorstel wijkt op een aantal punten af van de oorspronkelijke hervormingsplannen voor het concurrentiebeding.
Veel werkgevers nemen het concurrentiebeding op als standaardbepaling in de arbeidsovereenkomst, ook als hiervoor geen noodzaak of aanleiding is. Dit beperkt werknemers in hun vrije arbeidskeuze en belemmert het functioneren van de arbeidsmarkt. Dat geldt ook voor relatiebedingen, die juridisch worden gezien als een bijzondere vorm van een concurrentiebeding. Daarom wil het kabinet het concurrentiebeding hervormen. Het is echter al bijna tweeënhalf jaar geleden dat de plannen hiervoor ter internetconsultatie werden gepubliceerd. De internetconsultatie leverde het conceptwetsvoorstel de nodige kritiek op.
Vergoeding voor inroepen concurrentiebeding
Het wetsvoorstel is nog niet openbaar, maar juridisch dienstverlener DAS meldt dat de plannen mede vanwege de kritiek op diverse punten zijn gewijzigd ten opzichte van het origineel. Het wetsvoorstel bevat onder meer de volgende maatregelen.
- De maximale duur van het concurrentiebeding wordt wettelijk beperkt tot 12 maanden ná het einde van de arbeidsovereenkomst.
- De werkgever moet de geografische reikwijdte van het concurrentiebeding vastleggen en onderbouwen.
- De werkgever moet de vertrekkende werknemer uiterlijk een maand vóór het einde van de arbeidsovereenkomst informeren dat hij een beroep doet op het concurrentiebeding en voor hoelang. Ook moet de werkgever de werknemer een vergoeding betalen. De vergoeding bedraagt 50% van het laatstverdiende maandloon voor élke maand dat de werkgever het concurrentiebeding ‘inroept’. Dit moet ervoor zorgen dat werkgevers goed nadenken voordat ze het concurrentiebeding opnemen in de arbeidsovereenkomst of er een beroep op doen als de werknemer vertrekt.
Beding blijft mogelijk voor alle inkomens
Nieuw zou zijn dat werkgevers de duur van het concurrentiebeding niet op hele maanden af hoeven te ronden, al blijft de verplichte vergoeding wel gebaseerd op hele maanden. En als er een concurrentiebeding én een relatiebeding van kracht is, is de werkgever alleen de hoogste vergoeding verschuldigd. Een aantal plannen uit het conceptwetsvoorstel lijken de schifting niet te hebben gehaald. Zo hoeven werkgevers het zwaarwichtig belang van een concurrentiebeding naar verluidt toch niet in contracten voor onbepaalde tijd (tool) te motiveren. Dat moet wel in contracten voor bepaalde tijd (tool), maar dat moet nu ook al. Wat nog niet in het conceptwetsvoorstel stond en ook de nieuwe plannen niet lijkt te hebben gehaald, is een verbod op een concurrentiebeding voor werknemers die minder dan 1,5 keer modaal verdienen.
Ingangsdatum wet is nog niet bekend
Het wetvoorstel ligt nu dus bij de Raad van State voor advies en het streven is om het eind 2026 aan te bieden aan de Tweede Kamer. Dan zal duidelijk worden hoe het wetsvoorstel er precies uitziet. Er is nog geen beoogde ingangsdatum van de wet bekend.
Voor de status van personeelsgerelateerde wetsvoorstellen raadpleeg je het wettenoverzicht van Rendement. Voor deze pagina is een account nodig.