Pensioen is niet per se reden voor lager gebruikelijk loon
Als een directeur-grootaandeelhouder (dga) met pensioen is en de onderneming langzaam afbouwt, geldt niet automatisch een lager gebruikelijk loon. Wie een lager loon wil toepassen, zal dat goed moeten kunnen onderbouwen. Dat blijkt wederom uit een recente uitspraak van Rechtbank Gelderland.
Zoals ook uit een andere recente uitspraak blijkt, is de gebruikelijkloonregeling al snel van toepassing zodra een dga (beperkte) werkzaamheden voor de bv verricht. Een lager gebruikelijk loon is wel mogelijk, maar alleen als aannemelijk kan worden gemaakt dat dit in de specifieke situatie passend is. De (niet simpele) bewijslast daarvoor ligt bij de dga. In onderstaande zaak stond de vraag centraal of pensioen, afbouw van de onderneming en een beperkte tijdsbesteding voldoende waren om van het wettelijke normbedrag af te wijken.
Normbedrag volgens dga te hoog
De zaak draaide om een dga die via twee holdings belangen hield in meerdere vennootschappen. De Belastingdienst stelde zijn gebruikelijk loon vast op € 47.000, inclusief de bijtelling voor de auto van de zaak. De dga vond dat bedrag te hoog. Hij wees erop dat hij inmiddels met pensioen was, de bedrijfsactiviteiten waren afgebouwd en hij verrichtte naar eigen zeggen nog maar ongeveer één dag per maand werkzaamheden. Volgens hem was een gebruikelijk loon van € 12.000 daarom veel redelijker.
Pensioen alleen is niet genoeg voor lager loon
De rechtbank gaf de Belastingdienst echter gelijk. Dat iemand de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt of minder werkt, betekent volgens de rechtbank niet automatisch dat een lager gebruikelijk loon mag worden toegepast. De dga had bovendien niet duidelijk gemaakt welke werkzaamheden hij nog verrichtte, hoeveel tijd daarmee gemoeid was en welke activiteiten de verschillende vennootschappen nog uitvoerden. Omdat die onderbouwing ontbrak, zag de rechtbank dus geen aanleiding om af te wijken van het wettelijke normbedrag.
Rechtbank Gelderland 10 juli 2026, ECLI (verkort): 5528