U bent hier

Onderneming & Personeel
OR heeft soms instemmingsrecht op gedragscode

OR heeft soms instemmingsrecht op gedragscode

Veel organisaties werken met gedragscodes om ongewenst gedrag tegen te gaan. Ook cao’s bevatten vaak gedragscodes. Als een gedragsregel raakvlakken heeft met de onderwerpen die zijn opgesomd in artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR), heeft de OR instemmingsrecht.

Zowel werkgevers als werknemers moeten zich houden aan een gedragscode. Een voorbeeld van een gedragscode voor werkgevers zijn regels rond werving en selectie die ervoor moeten zorgen dat alle sollicitanten gelijke kansen hebben. Een bekend voorbeeld van een gedragscode voor werknemers is die voor gewenst en ongewenst gedrag. In een gedragscode ongewenst gedrag (tool) staan de regels die psychosociale arbeidsbelasting (PSA), zoals agressie, intimidatie en discriminatie, moeten helpen voorkomen of beperken. Ook disciplinaire maatregelen, zoals schorsing, ontslag en berisping, maken vaak deel uit van zulke gedragscodes.

Inhoud gedragscode bepalend voor instemmingsrecht

Voor een gedragscode die alleen maar gaat over integer gedrag is in principe geen instemming vereist van de OR. Als de gedragscode bepalingen bevat die betrekking hebben op de arbeidsomstandigheden, heeft de OR op basis van artikel 27, lid 1d WOR wél instemmingsrecht. Dat geldt ook voor gedragscodes die bijvoorbeeld gericht zijn – of kúnnen zijn – op de controle en beoordeling van de aanwezigheid, het gedrag of de prestaties van werknemers (artikel 27, lid 1l WOR).

OR weet wat er speelt op de werkvloer

Het is nuttig als de OR betrokken is bij het opstellen van de gedragscode. De OR weet immers wat er speelt op de werkvloer en kan helpen om de gedragscode goed af te stemmen op de specifieke situatie binnen de organisatie of afdeling. Bovendien is de kans op instemming groter als de OR de kans heeft gehad om mee te denken over de invulling en uitvoering van de gedragscode en als daarmee ook de belangen van de achterban zijn behartigd.