Overtollige liquiditeiten in onderneming behoren tot box 3
Als de inspecteur kan aantonen dat liquiditeiten in een onderneming voor de inkomstenbelasting (IB) duurzaam overtollig zijn behoren deze tot het box 3-vermogen van de ondernemer en niet tot het ondernemingsvermogen.
Een ondernemer voor de IB mag in principe zelf beslissen of hij een vermogensbestanddeel tot het ondernemingsvermogen dan wel tot het privévermogen (vermogensetikettering) laat behoren. Op de inspecteur rust dan de bewijslast om aannemelijk te maken dat het vermogensbestanddeel een ander etiket moet krijgen. Bij liquide middelen gaat het er dan om dat de inspecteur aantoont dat de middelen duurzaam overtollig zijn en dus als privévermogen moeten worden gezien in plaats van als ondernemingsvermogen. Om deze discussie ging het in onderstaande zaak.
Corrigeren vanwege overtollige liquiditeiten
De man in deze zaak had een eenmanszaak en bezat daarnaast vermogen in box 2 en box 3. In zijn aangifte IB over 2020 gaf hij een verzamelinkomen aan van € 27.109. De inspecteur was het hier niet mee eens omdat uit de jaaropgaaf van een fonds bleek dat de man meer bank- en spaartegoeden bezat dan hij had opgenomen in zijn aangifte. De inspecteur corrigeerde later ook het ondernemingsvermogen wegens duurzaam overtollige liquiditeiten. Hij verwees hierbij naar naar een eerdere procedure over 2018.
Als werkkapitaal aangemerkt, rest box 3-vermogen
De rechter leidde uit deze procedure af dat toen € 165.000 aan liquide middelen als werkkapitaal was aangemerkt (€ 95.000 voor fiscale oudedagsreserve, € 60.000 voor bedrijfsauto en € 10.000 voor zonnepanelen). Het restant was dus box 3-vermogen. Dit gold ook voor de latere jaren. De man had nog aangevoerd dat hij de financiële vaste activa in 2020 nodig had voor een beoogde investering in kantoorruimte, maar daar vond de rechter te weinig bewijs van. Op de bank- en spaarrekeningen van de onderneming stond in 2020 € 451.050 aan bank- en spaartegoeden, daarvan was dus slechts € 165.000 werkkapitaal. Het resterende bedrag van € 286.051 moest daarom als duurzaam overtollig worden beschouwd en was box 3-vermogen. De inspecteur had de correctie dus terecht doorgevoerd.
Rechtbank Den Haag, 24 april 2026 (gepubliceerd 31 juli 2026), ECLI (verkort): 11616