U bent hier

Onderneming & Fiscus
Box 3 beperkt bewegingsruimte begroting

Box 3 beperkt bewegingsruimte begroting

Prinsjesdag staat voor de deur, en het minderheidskabinet moet al enigszins op eieren lopen om parlementaire meerderheden te smeden voor de begroting voor 2027. Maar de slepende discussie rondom box 3 van de inkomstenbelasting beperkt de speelruimte van het kabinet nog verder. Het parlement wil de nieuwe box 3-heffing verbeteren, maar aanpassingen kosten al snel veel geld, dat weer elders gevonden moet worden.

De heffing op spaargeld en beleggingen in box 3 moet op de schop, omdat de Hoge Raad het systeem met forfaits heeft afgewezen. Het doel van het kabinet is om de heffing om te vormen naar een systeem waarbij het werkelijke rendement wordt belast. In de tussentijd is er een overbruggingswet van kracht. Daarbij kunnen belastingplichtigen zelf hun werkelijke rendement opgeven of kiezen voor het rendement op basis van forfaits.

Tweede Kamer stemt in, maar discussie laait weer op

Het pad voor de hervorming van box 3 léék redelijk uitgestippeld. Het voorstel van het kabinet is dat er per 2028 een nieuw stelsel gaat gelden. Daarbij is een zogeheten vermogensaanwasbelasting voor de meeste vermogenscategorieën het uitgangspunt. Dat wil zeggen dat de jaarlijkse waardestijging wordt belast, ongeacht of een vermogensbestanddeel is verkocht. Voor een aandeel dat een belastingplichtige gewoon in bezit houdt, bestaat die belaste waardestijging dus alleen op papier. De Tweede Kamer heeft medio februari ook al ingestemd met dit wetsvoorstel voor een vermogensaanwasbelasting. Maar vervolgens is de discussie opnieuw opgelaaid. De Tweede Kamer heeft het kabinet in maart (dus na de goedkeuring van het wetsvoorstel) opgeroepen om alsnog wijzigingen door te voeren, en ook in de Eerste Kamer is er twijfel.

Eerste stap op weg naar vermogenswinstbelasting

Daarmee dreigt de hervorming van box 3 voor het kabinet in de knel te komen. En dat terwijl het langer in de lucht houden van het overbruggingssysteem de schatkist ook € 2,4 miljard per jaar kost. Om de gemoederen enigszins te bedaren heeft het kabinet eerder al toegezegd dat de vermogensaanwasbelasting een eerste stap is, en dat die zo snel mogelijk wordt omgevormd naar een vermogenswinstbelasting. Bij dat systeem wordt het rendement pas belast als het vermogensbestanddeel wordt verkocht.

Achterwaartse verliesverrekening of licht lager tarief

Ook heeft het kabinet de Eerste Kamer gevraagd om nog te wachten met de stemming over het wetsvoorstel. Eerst wil de regering namelijk een aantal verbeteringen doorvoeren, om tegemoet te komen aan de kritiek vanuit het parlement.
Die aanpassingen in box 3 beperken nu de bewegingsruimte bij de onderhandelingen over de begroting voor 2027, die op Prinsjesdag wordt gepresenteerd. Het kabinet heeft eerder een aantal opties voor aanpassingen op een rijtje gezet, die dus nu op tafel zullen liggen bij de begrotingsgesprekken. Mogelijke ingrepen zijn de invoering van een achterwaartse verliesverrekening van één jaar, het verlagen van het algemene tarief in box 3 van 36% naar 35% of het verhogen van het heffingsvrije resultaat van € 1.800 naar € 1.900. Al die opties kosten de schatkist geld, blijkt uit een overzicht. Het gat in de begroting varieert van enkele miljoenen tot meer dan een miljard in 2028 voor de achterwaartse verliesverrekening.

Onderhandelen over verbeteringen én financiële dekking

Grote vraag is uiteraard waar de financiële dekking voor deze box 3-verbeteringen vandaan moet komen. Het kabinet wil daar op Prinsjesdag uitsluitsel over geven, en is nu dus druk in onderhandeling om een parlementaire meerderheid te vinden voor de aanpassingen én de financiële dekking. Het lijkt daarbij onvermijdelijk dat er elders fiscale lastenverhogingen komen, omdat het kabinet het begrotingstekort ook niet te ver wil laten oplopen. Tegelijkertijd zal het kabinet ook willen voorkomen dat het box 3-wetsvoorstel helemaal sneuvelt, want ook dan zijn de gevolgen voor de schatkist groot. Er is dus nog een flinke puzzel te leggen.