U bent hier

Onderneming & Salaris
Voorstel voor wijziging re-integratietoets naar Tweede Kamer

Voorstel voor wijziging re-integratietoets naar Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft het voorstel voor de ‘Wet wijziging toets op re-integratie-inspanningen en WIA-voorschotregeling’ ontvangen. Hoewel de Raad van State adviseerde om een deel ervan te heroverwegen, zet het kabinet alle plannen door.

Het wetsvoorstel bevat enkele maatregelen die het ziekte- en arbeidsongeschiktheidsstelsel beter uitvoerbaar, uitlegbaar en betaalbaar moeten maken. Meest in het oog springend is het per 2028 leidend maken van het advies van de bedrijfsarts bij de toets die UWV uitvoert op de re-integratie-inspanningen van de werkgever en werknemer, de zogenoemde RIV-toets voor een WIA-aanvraag. Door het advies niet meer te laten beoordelen, is het niet langer mogelijk dat een werkgever een loonsanctie krijgt als gevolg van een medisch verschil van inzicht tussen de verzekeringsarts van UWV en de bedrijfsarts. Werkgevers hoeven dan geen onzekerheid meer te ervaren over iets waar zij zelf geen invloed op kunnen uitoefenen, terwijl de artsen van UWV wat meer tijd overhouden. Dat is niet overbodig, gezien de grote achterstanden bij de sociaal-medische beoordelingen.

Risico’s worden overgeheveld naar werknemers

Toch heeft de Raad van State kritiek geuit op deze maatregel. Als de bedrijfsarts een medisch onjuist advies afgeeft, wordt daar straks niet meer op gecorrigeerd door UWV. Zodoende komt het risico hiervan geheel bij zieke werknemers te liggen, die daar volgens de Raad lastig op kunnen anticiperen. Zij kunnen eerder de WIA of WW instromen. Voor de werkgever verdwijnt er een prikkel om verantwoordelijkheid te dragen voor de re-integratie. En door de beperktere poortwachtersrol van UWV zou de instroom in de WIA kunnen toenemen, met alle nadelige gevolgen van dien.

Weinig loonsancties op basis van verschil van inzicht

Verder vindt de Raad van State dat het kabinet de omvang en zwaarte van het probleem maar beperkt aantoont. In de periode 2022-2024 was bij 8% van de loonsancties een verschil van inzicht tussen de bedrijfsarts en de verzekeringsarts de hoofdreden. In 2024 kwam dat neer op zo’n 175 gevallen, vooral bij grotere werkgevers en minder bij mkb’ers, juist de groep die relatief veel last heeft van verplichtingen op het gebied van arbeidsongeschiktheid. Om hun onzekerheid over loonsancties te verminderen, zou het kabinet ook een gemeenschappelijk beoordelingskader voor bedrijfs- en verzekeringsartsen kunnen verplichten. Er ontstaan dan minder verschillen van inzicht en het werk van verzekeringsartsen kan worden verlicht, zo stipt de Raad van State aan. Het kabinet wil hier wel in investeren, maar vindt een verplichtstelling te ver gaan.

Maatregel is weer in het spel na OCTAS-adviezen

De RIV-maatregel heeft een aantal jaar geleden ook al eens op tafel gelegen. Destijds besloot de minister van SZW om het wetsvoorstel in te trekken en de OCTAS-adviezen over verbeteringen in het arbeidsongeschiktheidsstelsel af te wachten. Inmiddels zijn die adviezen gepubliceerd. Hierin wordt geadviseerd om de RIV-maatregel weer van stal te halen, wat het kabinet nu dus gedaan heeft. De komende tijd zal blijken of de Tweede en Eerste Kamer het wetsvoorstel steunen.