U bent hier

Onderneming & Administratie
Verhuren aan de bv? Dan is dga ondernemer voor de BTW!

Verhuren aan de bv? Dan is dga ondernemer voor de BTW!

Een directeur-grootaandeelhouder (dga) die ruimtes in zijn eigen woning verhuurt aan zijn bv, is daarmee voor de BTW een ondernemer. Dat heeft Gerechtshof ’s-Hertogenbosch onlangs bepaald. De verhuur kan er bovendien voor zorgen dat de dga samen met zijn holding en bv een fiscale eenheid voor de BTW vormt.

Bij een fiscale eenheid voor de BTW worden meerdere ondernemers voor de BTW als één ondernemer gezien. Prestaties tussen de onderdelen van de fiscale eenheid blijven daardoor buiten de BTW. Voor een dga kan dit bijvoorbeeld spelen als hij een deel van zijn woning aan zijn bv verhuurt. Daarvoor moet de verhuur wel zelfstandig plaatsvinden en gericht zijn op het verkrijgen van inkomsten. Het maakt daarbij niet uit dat de ruimtes in de eigen woning liggen. Dat bleek ook in de onderstaande zaak waarin een dga al jarenlang ruimtes in zijn woning aan zijn bv verhuurde.

Dga verhuurde ruimtes aan eigen bv

De dga verhuurde sinds 2009 verschillende ruimtes aan zijn bv. Het ging onder meer om een werkkamer, garage, kantoor- en archiefruimte en sanitaire voorzieningen. Voor het gebruik betaalde de bv maandelijks € 2.000. De afspraken waren vastgelegd in een huurovereenkomst. In 2021 verzocht de dga de inspecteur om hem samen met zijn holding en bv op te nemen in een fiscale eenheid voor de BTW. De inspecteur wees dat verzoek af, omdat volgens hem geen sprake was van BTW-ondernemerschap voor de dga. De verhuur zou te nauw verbonden zijn met de werkzaamheden van de dga voor zijn bv. De rechtbank oordeelde vervolgens dat de dga wél als ondernemer voor de BTW moest worden aangemerkt en tot de fiscale eenheid kon behoren. Daarop ging de inspecteur in hoger beroep bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Verhuur had zelfstandig karakter

Ook bij het hof ving de inspecteur bot. De verhuur had volgens het hof een duidelijk zelfstandig karakter. De ruimtes werden langdurig tegen een vaste vergoeding ter beschikking gesteld en de dga verrichtte daarmee activiteiten die er duidelijk op waren gericht inkomsten te ontvangen. Daarbij maakte het volgens het hof geen verschil dat de verhuurde ruimtes zich in de woning van de dga bevonden. Ook het gedeelde gebruik van bepaalde delen van de woning stond het ondernemerschap niet in de weg. Voor de beoordeling was bovendien niet doorslaggevend of de huur aansloot bij de kostprijs of de marktconforme huur.

Verhuur stond los van werkzaamheden

Dat de dga ook bestuurder en aandeelhouder van de bv was, maakte voor het hof verder ook geen verschil. De verhuur stond volgens het hof voldoende los van zijn werkzaamheden voor de bv. De huurovereenkomst en de maandelijkse huurbetalingen lieten zien dat de ruimtes daadwerkelijk zelfstandig werden verhuurd. Daarmee was de dga voor de verhuur aan te merken als BTW-ondernemer. Hij kon dus samen met zijn holding en bv een fiscale eenheid voor de BTW vormen. Het hof verklaarde het hoger beroep van de inspecteur ongegrond.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15 juli 2026, ECLI (verkort): 1840