U bent hier

Onderneming & Fiscus
Regels valutarisico bij buitenlandse deelneming aangepast

Regels valutarisico bij buitenlandse deelneming aangepast

Vanaf 2027 wordt de fiscale behandeling van valutaresultaten op afdekkingsinstrumenten aangepast. Het gaat om situaties waarin een bv het valutarisico van een buitenlandse deelneming afdekt, bijvoorbeeld met een valutatermijncontract. Dat blijkt uit het wetsvoorstel Belastingplan 2027 dat op Prinsjesdag is gepubliceerd.

Een buitenlandse deelneming kan door wisselende koersen meer of minder waard worden. Een bv kan zich tegen dat risico beschermen met een afdekkingsinstrument, zoals een valutatermijncontract. Daarmee wordt vooraf een wisselkoers afgesproken, zodat de bv minder last heeft van schommelingen in de waarde van de buitenlandse munt. De deelnemingsvrijstelling voorkomt ondertussen dat winst binnen een groep van vennootschappen twee keer wordt belast. Een moedermaatschappij betaalt daardoor in principe geen belasting over bijvoorbeeld dividend van een dochtermaatschappij, omdat over de winst van de dochter al belasting is geheven. De vraag is hoe deze vrijstelling moet worden toegepast op het resultaat van een instrument waarmee het valutarisico van de deelneming wordt afgedekt.

Verzoek bij Belastingdienst

De nieuwe regels moeten duidelijker maken wanneer een valutaresultaat onder de deelnemingsvrijstelling valt. Een bv kan de Belastingdienst vragen om vast te stellen dat een afdekkingsinstrument het valutarisico van de deelneming afdekt. De vrijstelling geldt dan vanaf het moment waarop het volledige verzoek is ontvangen, of vanaf een latere datum die in het verzoek is genoemd. Het gaat daarbij specifiek om niet-ingeprijsde valutaresultaten. Een ingeprijsd voordeel was eigenlijk al te verwachten op het moment dat de afspraak werd gemaakt. Bij een niet-ingeprijsd voordeel was dat niet het geval.

Waardering bij overgang en overgangsrecht

Ook regelt het wetsvoorstel wat er gebeurt als een afdekkingsinstrument eerst wel en later niet meer onder de deelnemingsvrijstelling valt, of andersom. Op het moment van die overgang wordt gekeken naar de waarde van het instrument op dat moment. Zo wordt duidelijk welk resultaat bij de periode vóór en welk resultaat bij de periode ná de overgang hoort. Voor bestaande afdekkingsinstrumenten zal er ook overgangsrecht gelden. Daardoor kunnen de oude regels onder voorwaarden nog tijdelijk blijven gelden. Voor bepaalde instrumenten die al vóór 15 september 2026 bestonden, kan de oude regeling nog tot en met 31 december 2027 worden toegepast.

Download de belangrijkste Prinsjesdagstukken in pdf, zodat je snel de achtergrondinformatie bij de hand hebt.