U bent hier

Onderneming & Fiscus
Overdrachtsbelasting particuliere investeerders naar 7%

Overdrachtsbelasting particuliere investeerders naar 7%

Om het investeringsklimaat op de huurmarkt te versterken en het aanbod van huur- en nieuwbouwwoningen te stimuleren, moet het algemeen woningtarief in de overdrachtsbelasting omlaag. Het kabinet stelt voor om dit tarief per 1 januari 2027 te verlagen van 8% naar 7%.

De overdrachtsbelasting kent een gedifferentieerd tariefstelsel voor verkrijgingen van onroerende zaken en het gebruik daarvan. De wetgever maakt daarbij onderscheid tussen hoofdverblijfwoningen en overige onroerende zaken, bijvoorbeeld bedrijfspanden en niet-hoofdverblijfwoningen (woningen die worden verkregen door investeerders voor verhuur). Hiermee beoogt de wetgever de positie van eigenaren-bewoners en met name starters te verbeteren ten opzichte van beleggers.

Verlaging algemeen tarief

Er geldt sinds 2021 een lager tarief van 2% voor hoofdverblijfwoningen (de startersvrijstelling). Voor niet-hoofdverblijfwoningen geldt sinds 1 januari 2026 het algemeen tarief van 8%. Tussen 1 januari 2021 en 1 januari 2023 was dit nog 10,4%. Voor andere onroerende zaken, zoals bedrijfspanden, bleef het tarief van 10,4% in stand. Met deze laatste aanpassing wilde het kabinet een beter evenwicht realiseren tussen het ondersteunen van eigenaren-bewoners en het bevorderen van investeringen in huurwoningen, met als doel het aanbod van huurwoningen te vergroten. Het kabinet wil hierop voortbouwen en stelt daarom voor het algemeen woningtarief per 2027 te verlagen van 8% naar 7%. De startersvrijstelling en de overige bestaande tarieven, zoals het verlaagde tarief van 2% voor woningen die wel door de verkrijger zelf als hoofdverblijf worden gebruikt, blijven ongewijzigd.

Download de belangrijkste Prinsjesdagstukken in pdf, zodat je snel de achtergrondinformatie bij de hand hebt.