Aftoppingsgrens pensioen blijft bevroren tot en met 2032
De aftoppingsgrens voor pensioen en lijfrenten wordt, als het aan het kabinet ligt, tot en met 2032 niet geïndexeerd. De grens blijft daardoor de komende jaren op € 137.800 staan. Dit betekent dat mensen met een hoger inkomen over het deel boven deze grens geen fiscaal gefaciliteerd pensioen of een lijfrente kunnen opbouwen.
De aftoppingsgrens bepaalt tot welk inkomen iemand met belastingvoordeel pensioen kan opbouwen via de werkgever of een lijfrente kan opbouwen. Sinds 2015 geldt hiervoor een maximum. Verdient iemand bijvoorbeeld € 150.000, dan kan over de eerste € 137.800 fiscaal gefaciliteerd pensioen worden opgebouwd. Over de resterende € 12.200 kan dat dan niet.
De grens blijft minstens zes jaar op hetzelfde niveau
Sinds 2015 is het inkomen waarover fiscaal gefaciliteerd pensioen kan worden opgebouwd gemaximeerd. De aftoppingsgrens bedroeg op dat moment € 100.000. De grens wordt normaal gesproken jaarlijks aangepast aan de loonontwikkeling en is daardoor inmiddels opgelopen tot € 137.800 in 2026. In 2025 en 2026 werd de grens al niet verhoogd. Het kabinet stelt nu voor om ook van 2027 tot en met 2032 van indexatie af te zien. Daardoor blijft de grens dus zes jaar langer gelijk, terwijl lonen naar verwachting wel stijgen.
Gevolgen voor hogere inkomens
Door de maatregel kunnen naar schatting 280.000 mensen in 2027 minder pensioen opbouwen dan wanneer de grens wel zou zijn geïndexeerd. Dat aantal loopt volgens de raming op tot 790.000 mensen in 2032. Het gaat om mensen met een inkomen boven de € 137.800. Voor het inkomen boven de aftoppingsgrens zijn er nog wel mogelijkheden om aanvullend pensioen op te bouwen via een nettopensioen of nettolijfrente.
Download de belangrijkste Prinsjesdagstukken in pdf, zodat je snel de achtergrondinformatie bij de hand hebt.