Vermogenswinstbelasting box 3 versneld ingevoerd
Staatssecretaris Eerenberg van Financiën heeft aangegeven dat het kabinet kiest voor de versnelde invoering van een vermogenswinstbelasting in box 3. Vanaf 2028 moet daardoor 90% van het vermogen in box 3 al onder de vermogenswinstbelasting vallen. De overige 10% zal er dan in 2030 mee te maken krijgen.
Het kabinet heeft voor een snelle invoering van de vermogenswinstbelasting in box 3 per 2028 gekozen. Maar dan moeten zowel de Tweede als de Eerste Kamer dit jaar nog wel het voorstel (novelle) tot wetswijziging van de Wet werkelijk rendement behandelen. Er is in ieder geval een meerderheid van de Eerste Kamer bereid om voor de kerst deze wetswijziging af te tikken.
90% van vermogen al onder vermogenswinstbelasting per 2028
In de novelle op het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement is opgenomen dat vanaf 2028 alle financiële instrumenten, waartoe dus aandelen, obligaties, opties en spaarrekeningen behoren, onder de vermogenswinstbelasting gaan vallen. Daarmee valt al zo’n 90% van het vermogen in box 3 onder de vermogenswinstbelasting. Voor de overige 10% is 2030 het (beoogde) invoeringsmoment.
Dekking blijft een discussie
Maar hiermee is nog lang niet alles koek en ei. De discussie over de dekking van het gat van € 22 miljard is er nog steeds. Het voorstel om dat gat te dichten door de vrijstelling voor particuliere spaarders en beleggers in box 3 te verlagen, werd al heel snel van tafel geveegd. Er is nog geen nieuwe oplossing bekend.