U bent hier

Onderneming & Fiscus
…
Borg betaald voor eigen bv? Verlies kan aftrekbaar zijn

Borg betaald voor eigen bv? Verlies kan aftrekbaar zijn

Een directeur-grootaandeelhouder (dga) die privé borg staat voor een lening van de eigen bv, kan een tegenvaller soms aftrekken van het inkomen in box 1. Dat blijkt uit een zaak waarin een dga € 37.500 aan de bank moest betalen. De Belastingdienst wilde het verlies aanmerken als verlies uit aanmerkelijk belang in box 2, maar de rechtbank ging daar niet in mee.

Een borgstelling (artikel) biedt de bank extra zekerheid als een onderneming haar lening niet meer kan terugbetalen. De dga draait dan privé op voor (een deel van) de schuld. Dat kan flink in de papieren lopen. Fiscaal maakt het bovendien uit of de dga het verlies in box 1 mag aftrekken of dat het onder box 2 valt. Dat verschil stond centraal in deze zaak.

Borgstelling was niet onzakelijk

De dga had zich in 2014 borg gesteld voor schulden van een bv bij ABN AMRO. Toen de bank hem in 2020 aansprak, moest hij € 37.500 betalen. De dga wilde dat bedrag aftrekken als negatief resultaat uit overige werkzaamheden in box 1. De inspecteur vond de borgstelling onzakelijk en weigerde de aftrek. Maar volgens de rechtbank had hij niet aannemelijk gemaakt dat de borgstelling bij het aangaan onzakelijk (infographic) was. De bv had weliswaar tegenvallers gehad, maar de vooruitzichten waren destijds ook gunstig. Zo wilde een investeerder een flink bedrag in de onderneming steken. Dat er geen vergoeding voor de borgstelling was afgesproken, maakte de borgstelling ook niet automatisch onzakelijk. De vraag hierbij is of een onafhankelijke derde onder dezelfde omstandigheden tegen een vaste vergoeding borg zou hebben gestaan. Volgens de rechtbank kon dat hier heel goed.

Verlies was niet te voorkomen

De rechtbank onderzocht ook of de borgstelling later alsnog onzakelijk was geworden. Daarvoor was van belang of de dga maatregelen had kunnen nemen om zijn risico te beperken, die een onafhankelijke derde wel zou hebben genomen. Dat bleek niet zo te zijn. Ook als de dga de borgtocht had opgezegd of aanvullende afspraken had gemaakt, was hij aansprakelijk gebleven voor de bestaande schulden. Een onafhankelijke derde had dus hetzelfde verlies geleden.

Gevolgen voor de aanslag

De betaling mocht daarom in box 1 worden verwerkt als negatief resultaat uit overige werkzaamheden. De rechtbank verlaagde het belastbare inkomen uit werk en woning van € 70.736 naar € 37.736. Het vastgestelde verlies uit aanmerkelijk belang ging omlaag van € 55.500 naar € 18.000. De aanslag en de belastingrente werden eveneens lager.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7 oktober 2026, ECLI (verkort): 9750